'De hele wereld zucht en lijdt'. Ergens spreekt de apostel Paulus deze woorden. Ze klinken, alsof ze vandaag uitgesproken zijn. Hij spreekt in dezelfde samenhang ook over hoop: 'hoop op wat we nog niet zien', zegt hij. 'Verwacht het met volharding, want als we nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn'. Dat de hele wereld zucht en lijdt kunnen we allemaal zien en waarnemen. We ervaren het zelf voor een deel of soms helemaal. Hij duidt dat lijden en zuchten ook: het gebeurt 'als in barensweeën'. Volgens hem is dat lijden en zuchten dus allemaal niet voor niets. Want waar barensweeën beleefd worden is er immers sprake van nieuw leven dat op komst is. Vrouwen weten vast en zeker waar ik het hier over heb. Midden in deze weeën zit hoop ingevouwen. Een vergelijkbare hoop dus als vrouwen en geliefden om haar heen beleven, wanneer er een kind op komst is.
We lopen er allemaal mee rond
Hoe moeilijk is het om dit met Paulus eens te zijn, als we om ons heen kijken. In een notendop hier waar veel mensen overal op de wereld vandaag mee rond lopen. We zien en beleven soms zelf aan den lijve wat het is om te lijden en we zuchten er onder. Valt er te hopen op een keer in deze zaken? In ons eigen individuele leven waarin we het nodige moeten meemaken? Maar zeker ook wereldwijd: zal de terreur van ISIS in Syrië en Irak (en Lybië?) en waar dat verder door moge dringen, ophouden? Zal er een oplossing komen voor het geweld om Oost-Oekraïne. Zullen Mali en Nigeria tot hun vrede en recht komen? We hoeven de televisie maar aan te zetten en we worden overspoeld met beelden die je eigenlijk niet wilt zien. We snakken naar de keer in de zaken. We kunnen echter soms, misschien wel vaak, niet eens meer hopen, laat staan verwachten. Van de winter heb ik als predikant en als coördinator van het kerk&buurtwerk in onze buurt, STIMULANS, een bijbels leerhuis begeleid over deze vragen.
Er zijn vast andere bronnen te vinden die ons helpen om na te denken over waar we hoop kunnen vinden. Samen met de Leerhuisdeelnemers hebben wij echter in de bijbel gezocht of we door wat daar te vinden is aan gedachten verder komen. Uiteraard kun je in een paar keer niet de hele bijbel doornemen. In hoofdstuk acht van de brief van Paulus aan de Romeinen valt veel stof te vinden. Ook bij wat over Paulus in het boek Handelingen aangedragen wordt door de schrijver van dat boek, de evangelist Lucas, Tenslotte lazen we Jesaja 42. Daarover misschien een andere keer. Wordt teveel voor nu.
Geloofstaal duidt werkelijkheid
Wat hier zo al te zeggen valt is natuurlijk geloofstaal. In termen van de menselijke werkelijkheid valt hier strikt genomen weinig hard te maken. Zeker niet, zo zullen we al gauw denken, als je naar die menselijke werkelijkheid zelve kijkt. Dan zien we toch enkel die en nog veel meer ellende? Het lijkt wel, alsof het niet ophoudt en er elke dag wel weer wat gebeurt dat de wereld ontstelt. Geloofstaal kan echter helpen om juist de dingen te zien en te verwoorden, die niet te zien zijn, maar daarom nog niet minder werkelijk, Geloofstaal kan helpen om juist dát helder te krijgen wat we anders maar niet te pakken krijgen. In dit geval kun je immers zeggen dat er in de werkelijkheid niets of hooguit bar weinig te vinden is waar hoop aan te ontlenen valt. In geloofstaal kan je de werkelijkheid overstijgen en misschien kun je wel zeggen dat je de werkelijkheid dan kunt zien, als vanuit een helicopter. Je kunt ontdekken dat er taal en duiding van de werkelijkheid zijn die jou kunnen helpen hoe dan ook domweg te blijven hopen en verwachten dat het allemaal niet zinloos is wat er aan ellende om ons heen gebeurt. Dat er wegen daaruit zijn. Hoop is zo'n woord dat boven onze werkelijkheid uitwijst, onderdeel uitmaakt van geloofstaal, maar tegelijkertijd niet beperkt is tot enkel de op de bijbel geïnspireerde geloofstaal. Het is een woord dat mensen in communicatie met elkaar brengt, ook al wordt het uit verschillende bronnen gevoed.
Hoop en Opstanding
In de christelijke wereld bereidt men zich voor op het feest van Pasen. Daar krijgen we te maken met een ander en voor christenen wezenlijk woord uit geloofstaal. Jezus gaat een weg van lijden, een via dolorosa, die leidt naar het kruis. Maar het spannende van de Paasboodschap is: dat kruis heeft het laatste woord niet. Het laatste woord of misschien kun je net zo goed zeggen het eerste woord is: OPSTANDING.
In het boek Handelingen is veel te vinden over wat Paulus allemaal meemaakt tijdens zijn tochten door het Middelandse Zeegebied. Aanvankelijk was hij als Farizeeër (een belangrijke Joodse stroming) bezig om Joodse volksgenoten te vervolgen die zich achter Jezus hadden gesteld en van hem meenden dat hij de lang verwachte Messias was. Mensen die dat meenden doorbraken de rustige en traditionele opvattingen over hoe Jood te zijn. Opvattingen die de Romeinse Overheid wel konden accepteren. De volgelingen van Jezus konden wel eens gevaarlijk worden voor de mogelijkheid om als Jood en dat wil zeggen anders dan de andere volkeren te leven. Er waren er, zoals Paulus, die zich beijverden om hier een rem op te zetten. Op weg naar Damascus, zo schrijft Lucas, de auteur van het boek Handelingen, zag Paulus het Licht. Hij ging zien wat Jezus en zijn leerlingen verkondigden aan levende en tot leven brengende zaken in het leven en in het samen-leven. Geen dode letter van de wet, maar levende en geest-rijke uitleg ervan in het dagelijkse leven vol uitbuiting en armoede.
Paulus werd Jezus-volgeling, christen, en werd op zijn beurt vervolgd. Op verschillende manieren en voor verschillende verbanden moest hij zich verantwoorden. Was hij een oproerkraaier? Tijdens een dispuut met Sadduceeën en Farizeeën (het Sanhedrin) zei hij op een bepaald moment: 'vanwege de hoop en de opstanding der doden sta ik hier'. Lucas heeft Paulus dus begrepen in deze geest. Voor hem zijn de hoop en de opstanding met elkaar verbonden en verweven zaken. Het één kan niet zonder het ander en omgekeerd.
Zo radicaal als het voor Christus-gelovigen is om te geloven dat op het kruis de Opstanding volgt, zo radicaal is de hoop op uitredding uit ellende dat. Radicaal in de zin van in de grond der zaak, in de wortel. Maar je kunt hier bovendien zeggen dat hoop en opstanding volstrekt niet vanzelfsprekend zijn en met vele vragen omgeven. Dan toch maar hopen? Dan toch maar geloven in de opstanding der doden en hopen, dat uit de dood vanwege terreur bijvoorbeeld nieuw leven zal ontstaan? Een bewijs voor dat dat zin heeft ligt in de toekomst verborgen. Het enige dat we kunnen doen is erop vertrouwen dat het zin heeft en vooral ook dat het krachten losmaakt in een wereld waarin we verblind en verlamd raken door de ellende om ons heen. Dáár kunnen we in ieder geval toch niets mee? Ook tenslotte zorgt zó over hoop te denken als verweven en verbonden met dat andere begrip Opstanding ervoor dat vertrouwen op de werkelijkheid van de Opstanding als leven door de dood heen helderder wordt. Tevens dat we net zo goed op grond hiervan met wie dan ook die probeert te hopen, vanuit welke achtergrond ook, over opstanding kunnen spreken. Het moeilijke aan dit begrip is niet het begrip als zodanig, maar de werkelijkheid waarin we leven die het heel moeilijk maakt om erboven uit naar positieve toekomst te kijken.
Han Dijk.
donderdag 12 maart 2015
zondag 1 februari 2015
'Basta' en 'Hoop schreef geschiedenis'
De uitkomst van de verkiezingen in Griekenland van zondag 25 januari jl. klinkt als door een megafoon op alle straten van dit land door: 'Hoop schreef geschiedenis', de woorden van Alexis Tsipras, de Syriza-leider. Een geweldige verkiezingsoverwinning voor wie er slecht voor staan. 'BASTA' klinkt in het Italiaanse bergstadje Filettino in 2011 als reactie op de eindeloze rij bezuinigingsmaatregelen van achtereenvolgende regeringen Berlusconi, maar in feite omdat 'het moet van Europa'. Velen zijn al aan de rand van de afgrond terecht gekomen. De burgemeester spreekt uit wat veel mensen voelen. Ze zijn de voor kwetsbare mensen volstrekt onaanvaardbare politiek grondig zat. Ze maken zich los van Italië en gaan hun eigen papiergeld drukken. Gisteren heb ik als deel van een groot rood lint van FNV-vlaggen door Utrecht gelopen. Kom ik thuis word ik door iemand verrast met een youtube-filmpje met een weergave van een grote Podemos-manifestatie op een plein in Madrid. (Helaas krijg ik dit filmpje hier niet actief)
Het is waar wat iemand op een bordje in Utrecht meedraagt: 'Griekenland is overal'. Wie de macht hebben zijn nu bang voor besmettingsgevaar, als ze de Griekse overwinning van links zien. Anderen vinden het een ruk naar populisme. Laat het Griekse perspectief mensen maar besmetten. Dan ben ik maar populist. Mij verheugen deze ontwikkelingen. Ik ben zat van de term 'bezuinigingen' die als enige verlossende praktijk sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw ons al moest besmetten en dat betekent 'houd je mond, als je het anders ziet'. Ik heb geen zin om voor een krisis te betalen die anderen veroorzaken en op de schouders van kwetsbaren afwentelen.
Filettino
Vorig jaar zomer stuitte ik op het prachtige boek over deze gebeurtenis en de eerste gevolgen ervan, geschreven door ene Geert Kimpen. Het Italiaanse parlement had net (voorjaar 2011) besloten dat het afgelopen moest zijn met gemeenten tot en met 1000 inwoners. Zoals Minister Plassterk een tijd lang bij ons de boer op ging om allerlei gemeenten en provincies samen te laten voegen, zoiets gebeurde ook in Italië. Gevolg van dit besluit: honderden burgemeesters van zulke kleine gemeenten gingen demonstreren in Milaan. Er was er een die daarnaast (hij was ook in Milaan, geloof ik) anders reageerde. Op een dag in september riep burgemeester Luca Sellari zijn gemeenteleden op om naar het plein voor het Gemeentehuis te komen. Hij had hen allen iets te zeggen. In één woord samengevat: 'BASTA!' Misschien gaf wel vooral de doorslag, dat zijn eigen positie nu in de frontlijn kwam, want er was al veel aan voor af gegaan voor heel veel mensen, kunnen we ons voorstellen.
Bergstadje Filettino moest samengaan met DE in het dal gelegen gemeente Trevi. Zoals dat kan gaan, twee plaatsen waarvan de inwoners elkaar niet kunnen luchten of zien. Dit weekend nog had het elftal van Filettino behoorlijk verloren van de SV Trevi. Zeg maar, zoals wanneer Go Ahead verliest van PEC Zwolle. Iedereen weet wat dat toch altijd al ertoe deed in het leven van het stadje. De sfeer was dus al niet te best. Hij had net de brief gekregen waarin stond wat er precies moest gebeuren. Hij zou de burgemeester worden. De gemeentesecretaris van Trevi zou haar baan houden en dus die van Filettino zou op straat komen te staan. Nog afgezien van alle mogelijke andere problematieken die er waren, zo schrijft roman-schrijver Kimpen, kon hij ook goed opschieten met Alessa, de secretaris, hij had veel aan haar nuchtere verstand te danken. Zonder haar verder? Maar ook vanuit haar perspectief: zou hij haar op straat zetten?
Waar een wil is...
Het gaat me nu te ver om dit hele boek en dus die hele geschiedenis weer te geven. Ik haal het aan als voorbeeld van hoe het kan gaan, als de stem in de bevolking aan kracht wint die laat zien dat er economisch en politiek een compleet andere koers gevaren kan worden. Ik heb het hier niet over een one-itemkoers. Daarnaast dat het in zake Griekenland en de koers die Syriza voor staat om een heel land gaat en niet enkel om zo'n bergstadje. Tenslotte dat ik eenzelfde vreugde in me voel, wanneer je voor ogen krijgt welke kant het dus wel degelijk op kan gaan, als er een wil is en grote vasthoudendheid in eenheid.
Het aardige is dat we bij Filettino, in deze beginperiode van hun losmaking kunnen zien wat er dan allemaal los kan komen. Enerzijds wat ervoor nodig is om anders te gaan denken en dat er vele hordes genomen moeten worden die stuk voor stuk de aanvankelijk nog broze eenheid kunnen destabiliseren. Anderzijds wat er allemaal te verwachten is aan officiële reactie van machthebbers. Zeker als het serieus doorgevoerd wordt en poten stijf gehouden worden. Kimpen gaat de verschillende hordes stuk voor stuk na. Ik noem er drie.
De horde van de totstandkoming van de eigen munteenheid: de banken willen de mensen aanvankelijk hun spaartegoeden niet uit betalen. Enerzijds omdat ze het niet kunnen. In de plaatselijke bank is niet zomaar af te halen wat de mensen uit Filettino er aan spaartegoeden hebben gedeponeerd. Maar anderzijds ook om te verhinderen dat er besmetting optreedt en niet alleen in Filettino mensen tot een vergelijkbaar handelen komen. Dan zouden alle banken niet alleen leeggehaald worden, maar zou blijken dat die spaargelden al lang zijn uitgegeven en er helemaal niet feitelijk zijn.
Een andere kleurrijke horde die beschreven wordt is de ideologische. Burgemeester Sellari wordt door Berlusconi himself uitgenodigd voor een feestje. Daar worden hem verleidelijke vrouwen aangeboden om het er eens van te nemen, zoals we van Berlusconi met zijn bunga-bungaparties gewend zijn. Er lopen er echter met camera's rond die plaatsjes schieten die de volgende dag wel in de tabloids verschijnen en zijn goede naam danig versjteren. Het idee van een andere orde moet vanaf het begin kapot gemaakt worden.
Als er dan nog niets kapot is, is er een derde horde: er verschijnen tanks op de ene weg naar boven die uiteraard geen tegenactie op hetzelfde niveau hoeven te verwachten, maar vooral een groot dreigement beogen uit te drukken: als jullie nu niet ophouden, dan schieten we jullie kapot. Vooral de vrouwen uit het dorp zie je dan zich ontkleed en gevolgd door de hele dorpsbevolking op de tanks af lopen. Die moeten wel stoppen. Ook deze poging van hogerhand om de andere koers tegen te houden loopt spaak.
Het vreemde is dat ik uit de begintijd wel kranteberichten en youtube-opnamen van interviews ben tegen gekomen die aangeven dat het Filettino-sprookje echt gebeurd is, maar dat ik tot nu toe niet kan nagaan wat er nu van geworden is, hoewel het nog maar zo kort geleden gespeeld heeft. Dus ook, in hoeverre Kimpen weliswaar op iets uit de werkelijkheid is ingegaan, maar er tevens eigen draaien aan heeft gegeven als roman-schrijver. Misschien zou ik hem zelf hierover nog eens moeten aanspreken. Maar dit terzijde.
Wat zal de weg zijn?
We merken bij de eerste ontwikkelingen in verband met de Griekse verkiezingen al op verschillende manieren hoe de heersende krachten in Europa natuurlijk menen dat dit allemaal niet kan wat Syriza wil. Het is boeiend om te volgen wat er zo allemaal gebeurt, welke hordes er gelegd worden of blijken te liggen. Tegelijk vind ik dat niet boeiend als afstandelijk kijkend iemand. Eerder als iemand die zich solidair verklaart met wat daar gebeurt en opdat we kunnen zien wat er moet gebeuren om bijvoorbeeld ook in Nederland een ander handelen mee te kunnen bewerkstelligen (zie ook mijn blog van 29 oktober 2012 over het Manifest voor sociale en niet-liberale politiek dat mijn vrienden en ik twee jaar geleden uitgaven). Afgelopen tijd konden we zien hoe onze eigen Dijsselbloem aan tafel met een linkse topeconoom en minister van Financiën moet aanhoren dat er echt geen wens is om zomaar water bij de wijn te doen. Een politieke discussie wil men voeren zonder de Europese bank en het IMF erbij. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij heeft dat gesprek maar vijf minuten geduurd. Het zou maar zo kunnen. Terwijl die Griekse vertegenwoordiger zo ongeveer nog niet is uitgesproken, zie ik Dijsselbloem al opstappen en het gesprek verlaten. Dat belooft nog wat. Het belooft in ieder geval dat Syriza doet wat nodig is om het gewonnen vertrouwen en vooral ook de hoop op het andere niet zomaar te verkwanselen.
Moge dit allemaal ook de discussies in óns land, evenals in Italië en Spanje bijvoorbeeld een wegwijzing zijn. Ik zie al voor mij wat voor kronkels deze en gene zullen menen te moeten maken de komende tijd om uit deze problematiek te komen. Mijn tegenstem tegen Europa enige jaren geleden was een stem tegen een Europa waar Syriza nu tegenop loopt, niet een bezuinigend en enkel op marktwerking gericht Europa. Niet anti-Europa zonder meer dus. Opdat dit ook nog eens duidelijk zij.
Han Dijk
Het is waar wat iemand op een bordje in Utrecht meedraagt: 'Griekenland is overal'. Wie de macht hebben zijn nu bang voor besmettingsgevaar, als ze de Griekse overwinning van links zien. Anderen vinden het een ruk naar populisme. Laat het Griekse perspectief mensen maar besmetten. Dan ben ik maar populist. Mij verheugen deze ontwikkelingen. Ik ben zat van de term 'bezuinigingen' die als enige verlossende praktijk sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw ons al moest besmetten en dat betekent 'houd je mond, als je het anders ziet'. Ik heb geen zin om voor een krisis te betalen die anderen veroorzaken en op de schouders van kwetsbaren afwentelen.
Filettino
Vorig jaar zomer stuitte ik op het prachtige boek over deze gebeurtenis en de eerste gevolgen ervan, geschreven door ene Geert Kimpen. Het Italiaanse parlement had net (voorjaar 2011) besloten dat het afgelopen moest zijn met gemeenten tot en met 1000 inwoners. Zoals Minister Plassterk een tijd lang bij ons de boer op ging om allerlei gemeenten en provincies samen te laten voegen, zoiets gebeurde ook in Italië. Gevolg van dit besluit: honderden burgemeesters van zulke kleine gemeenten gingen demonstreren in Milaan. Er was er een die daarnaast (hij was ook in Milaan, geloof ik) anders reageerde. Op een dag in september riep burgemeester Luca Sellari zijn gemeenteleden op om naar het plein voor het Gemeentehuis te komen. Hij had hen allen iets te zeggen. In één woord samengevat: 'BASTA!' Misschien gaf wel vooral de doorslag, dat zijn eigen positie nu in de frontlijn kwam, want er was al veel aan voor af gegaan voor heel veel mensen, kunnen we ons voorstellen.
Bergstadje Filettino moest samengaan met DE in het dal gelegen gemeente Trevi. Zoals dat kan gaan, twee plaatsen waarvan de inwoners elkaar niet kunnen luchten of zien. Dit weekend nog had het elftal van Filettino behoorlijk verloren van de SV Trevi. Zeg maar, zoals wanneer Go Ahead verliest van PEC Zwolle. Iedereen weet wat dat toch altijd al ertoe deed in het leven van het stadje. De sfeer was dus al niet te best. Hij had net de brief gekregen waarin stond wat er precies moest gebeuren. Hij zou de burgemeester worden. De gemeentesecretaris van Trevi zou haar baan houden en dus die van Filettino zou op straat komen te staan. Nog afgezien van alle mogelijke andere problematieken die er waren, zo schrijft roman-schrijver Kimpen, kon hij ook goed opschieten met Alessa, de secretaris, hij had veel aan haar nuchtere verstand te danken. Zonder haar verder? Maar ook vanuit haar perspectief: zou hij haar op straat zetten?
Waar een wil is...
Het gaat me nu te ver om dit hele boek en dus die hele geschiedenis weer te geven. Ik haal het aan als voorbeeld van hoe het kan gaan, als de stem in de bevolking aan kracht wint die laat zien dat er economisch en politiek een compleet andere koers gevaren kan worden. Ik heb het hier niet over een one-itemkoers. Daarnaast dat het in zake Griekenland en de koers die Syriza voor staat om een heel land gaat en niet enkel om zo'n bergstadje. Tenslotte dat ik eenzelfde vreugde in me voel, wanneer je voor ogen krijgt welke kant het dus wel degelijk op kan gaan, als er een wil is en grote vasthoudendheid in eenheid.
Het aardige is dat we bij Filettino, in deze beginperiode van hun losmaking kunnen zien wat er dan allemaal los kan komen. Enerzijds wat ervoor nodig is om anders te gaan denken en dat er vele hordes genomen moeten worden die stuk voor stuk de aanvankelijk nog broze eenheid kunnen destabiliseren. Anderzijds wat er allemaal te verwachten is aan officiële reactie van machthebbers. Zeker als het serieus doorgevoerd wordt en poten stijf gehouden worden. Kimpen gaat de verschillende hordes stuk voor stuk na. Ik noem er drie.
De horde van de totstandkoming van de eigen munteenheid: de banken willen de mensen aanvankelijk hun spaartegoeden niet uit betalen. Enerzijds omdat ze het niet kunnen. In de plaatselijke bank is niet zomaar af te halen wat de mensen uit Filettino er aan spaartegoeden hebben gedeponeerd. Maar anderzijds ook om te verhinderen dat er besmetting optreedt en niet alleen in Filettino mensen tot een vergelijkbaar handelen komen. Dan zouden alle banken niet alleen leeggehaald worden, maar zou blijken dat die spaargelden al lang zijn uitgegeven en er helemaal niet feitelijk zijn.
Een andere kleurrijke horde die beschreven wordt is de ideologische. Burgemeester Sellari wordt door Berlusconi himself uitgenodigd voor een feestje. Daar worden hem verleidelijke vrouwen aangeboden om het er eens van te nemen, zoals we van Berlusconi met zijn bunga-bungaparties gewend zijn. Er lopen er echter met camera's rond die plaatsjes schieten die de volgende dag wel in de tabloids verschijnen en zijn goede naam danig versjteren. Het idee van een andere orde moet vanaf het begin kapot gemaakt worden.
Als er dan nog niets kapot is, is er een derde horde: er verschijnen tanks op de ene weg naar boven die uiteraard geen tegenactie op hetzelfde niveau hoeven te verwachten, maar vooral een groot dreigement beogen uit te drukken: als jullie nu niet ophouden, dan schieten we jullie kapot. Vooral de vrouwen uit het dorp zie je dan zich ontkleed en gevolgd door de hele dorpsbevolking op de tanks af lopen. Die moeten wel stoppen. Ook deze poging van hogerhand om de andere koers tegen te houden loopt spaak.
Het vreemde is dat ik uit de begintijd wel kranteberichten en youtube-opnamen van interviews ben tegen gekomen die aangeven dat het Filettino-sprookje echt gebeurd is, maar dat ik tot nu toe niet kan nagaan wat er nu van geworden is, hoewel het nog maar zo kort geleden gespeeld heeft. Dus ook, in hoeverre Kimpen weliswaar op iets uit de werkelijkheid is ingegaan, maar er tevens eigen draaien aan heeft gegeven als roman-schrijver. Misschien zou ik hem zelf hierover nog eens moeten aanspreken. Maar dit terzijde.
Wat zal de weg zijn?
We merken bij de eerste ontwikkelingen in verband met de Griekse verkiezingen al op verschillende manieren hoe de heersende krachten in Europa natuurlijk menen dat dit allemaal niet kan wat Syriza wil. Het is boeiend om te volgen wat er zo allemaal gebeurt, welke hordes er gelegd worden of blijken te liggen. Tegelijk vind ik dat niet boeiend als afstandelijk kijkend iemand. Eerder als iemand die zich solidair verklaart met wat daar gebeurt en opdat we kunnen zien wat er moet gebeuren om bijvoorbeeld ook in Nederland een ander handelen mee te kunnen bewerkstelligen (zie ook mijn blog van 29 oktober 2012 over het Manifest voor sociale en niet-liberale politiek dat mijn vrienden en ik twee jaar geleden uitgaven). Afgelopen tijd konden we zien hoe onze eigen Dijsselbloem aan tafel met een linkse topeconoom en minister van Financiën moet aanhoren dat er echt geen wens is om zomaar water bij de wijn te doen. Een politieke discussie wil men voeren zonder de Europese bank en het IMF erbij. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij heeft dat gesprek maar vijf minuten geduurd. Het zou maar zo kunnen. Terwijl die Griekse vertegenwoordiger zo ongeveer nog niet is uitgesproken, zie ik Dijsselbloem al opstappen en het gesprek verlaten. Dat belooft nog wat. Het belooft in ieder geval dat Syriza doet wat nodig is om het gewonnen vertrouwen en vooral ook de hoop op het andere niet zomaar te verkwanselen.
Moge dit allemaal ook de discussies in óns land, evenals in Italië en Spanje bijvoorbeeld een wegwijzing zijn. Ik zie al voor mij wat voor kronkels deze en gene zullen menen te moeten maken de komende tijd om uit deze problematiek te komen. Mijn tegenstem tegen Europa enige jaren geleden was een stem tegen een Europa waar Syriza nu tegenop loopt, niet een bezuinigend en enkel op marktwerking gericht Europa. Niet anti-Europa zonder meer dus. Opdat dit ook nog eens duidelijk zij.
Han Dijk
vrijdag 2 januari 2015
'Cuba in de wolken'.
De president van de VS, Barack Obama, zet een stap om de onderlinge betrekkingen tussen Cuba en de VS gaandeweg te normaliseren. Allereerst zijn de Cuban Five vrijgelaten. Deze als spionnen beschouwde terrorisme-bestrijders zaten op bedenkelijke gronden vast en werden niet best behandeld. Intensief is jarenlang actie gevoerd om ze vrij te krijgen. Gelukt! 'Cubanen zijn in de wolken'. De GRANMA, de
officiële Cubaanse krant (online Engelse versie – www.granma.cu) heeft dit als kop geplaatst boven een artikel vooral hierover. De Cubaans-Amerikaanse betrekkingen zijn 56 jaar lang verstoord geweest.
Obama - Castro - Mandela
Obama steekt zijn nek uit. Dat valt niet te ontkennen. Hij steekt zijn nek uit door dit heikele thema uiteindelijk überhaupt aan te snijden. Ook echter via de gekozen bewoordingen: '50 jaar isolatie heeft niet gewerkt'. Zowaar een president en nog wel een VS-Amerikaanse waagt het om met een pennenstreek zoveel jaar officieel beleid weg te vagen. We zijn er overigens nog niet. Het gaat slechts om een versoepeling en nog niet over het opheffen van het economische en ideologische embargo, de Helms-Burton-Act (Helms, de topman van het Bacardi-rum concern – geen Bacardi drinken dus, hé, maar HavanaClub), het grootste struikelblok. Het betreft hier een wet die slechts door het VS-Amerikaanse Congres kan worden opgeheven dat in meerderheid Republikeins is samengesteld. Bij de begrafenis van Nelson Mandela, een jaar geleden, gaf Obama Raul Castro een hand (zie mijn blog van vorig jaar december hierover). De hele internationale pers nam dit waar. Het lijkt een eerste stap in het openbaar tot deze toenadering vandaag.
Obama - Castro - Mandela
Obama steekt zijn nek uit. Dat valt niet te ontkennen. Hij steekt zijn nek uit door dit heikele thema uiteindelijk überhaupt aan te snijden. Ook echter via de gekozen bewoordingen: '50 jaar isolatie heeft niet gewerkt'. Zowaar een president en nog wel een VS-Amerikaanse waagt het om met een pennenstreek zoveel jaar officieel beleid weg te vagen. We zijn er overigens nog niet. Het gaat slechts om een versoepeling en nog niet over het opheffen van het economische en ideologische embargo, de Helms-Burton-Act (Helms, de topman van het Bacardi-rum concern – geen Bacardi drinken dus, hé, maar HavanaClub), het grootste struikelblok. Het betreft hier een wet die slechts door het VS-Amerikaanse Congres kan worden opgeheven dat in meerderheid Republikeins is samengesteld. Bij de begrafenis van Nelson Mandela, een jaar geleden, gaf Obama Raul Castro een hand (zie mijn blog van vorig jaar december hierover). De hele internationale pers nam dit waar. Het lijkt een eerste stap in het openbaar tot deze toenadering vandaag.
Kijken met de ogen van de mensen daar
De
pers vindt het plotseling ook allemaal normaal dat het gebeurt, maar
blijft tegelijkertijd redeneren vanuit het toch ook wel nog steeds
geldende adagium van een onvrije dictatuur die op Cuba heerst. De
Gebroeders Castro zijn er nog steeds en die vormen toch wel de kern
van alles, zo is de al sinds jaar en dag heersende gedachte. Dat er
ook anders en wat vrijer tegen aan gekeken kan worden is niet iets
wat in de hoofden van vele journalisten en spraakmakers op komt. Dat
er achter deze broers ook nog een partij en een parlement, de Poder
Popular (= Volksmacht), functioneren met eindeloze discussies over van alles en nog
wat, totdat er een besluit genomen wordt, is iets waar je nooit over
hoort. Het lijkt ook, alsof je alleen maar geloofwaardig over Cuba
kunt schrijven, als je toch maar wel steeds van de dissidenten uit
gaat. Die zijn er wel niet zo veel in georganiseerde zin, maar dat is
niet belangrijk, zo lijkt het wel.
Wie
mij kennen weten dat mij dit hele gebeuren wel niet koud zal laten.
Ik heb er verschillende Facebook-berichten, emails en kopieën over
gekregen uit soms verrassende hoek. Het lijkt me spannend om er juist
nu een blog aan te wijden. Daarbij ook een Nieuwjaarswens in te
vouwen die gaat in de richting van Cubaanse mensen in het algemeen,
maar zeker die ik zelf heb leren kennen. Mogen ze op ademen en met
meer lucht in de longen hun revolutionaire project verder uitwerken
en moge dat project anderen in de wereld inspireren. In wat ik hen
toewens, wens ik tegelijk mij zelf en alle lezers en lezeressen van
deze blog toe dat we ook hier wegen vinden die werkelijk wegvoeren
van totalitaire neoliberale ontwikkelingen die ieder mens in zijn of
haar kleine bestaan meer en meer zullen gaan raken wereldwijd. Als
daar niets tegenover wordt gesteld. In dit licht wens ik ieder
gezondheid, een goede verzorging en vreugde over de toekomst toe. In
individueel gestelde formuleringen, want we beleven de grote
werkelijkheid natuurlijk allereerst individueel.
Reizen in 2000 en 2007
Waarom
laat mij dit niet koud? Niet enkel uit algemene overwegingen, maar vooral omdat ik in 2000 en in 2007 een
reis naar Cuba maakte. Ik keek intensief en nieuwsgierig rond. Onder
anderen door mensen te ontmoeten die niet uit mijn hoofd en hart
geraakt zijn. Hen heb ik voor ogen, in hun wellicht zeer
uiteenlopende kijk op deze zaak. Het kan niet helemaal hetzelfde
zijn, als wat we meemaakten met het vallen van de muur en dat de mensen
zich plotseling vrij voelden. Er is op Cuba naar aanleiding van
Obama's uitspraken niets veranderd. Bovendien is de kop 'Cuba in de
wolken' een kop in de GRANMA, huisorgaan van de Communistische
Partij. Nee, er is volgens mij vooral een enorme opluchting dat nu
deze rem op een eigen ontwikkeling eraf lijkt te gaan raken. Het was
al heftig om in 1990 bij de ineenstorting van de Sowjet-Unie twee
remmen van enorme omvang te moeten verwerken, nog los van alle
natuurgeweld aan orkanen die het eiland regelmatig teisteren. In 2000
kreeg ik de indruk dat de val van de Sowjet-Unie in grote lijnen
economisch verwerkt was. Men sprak nog wel van de Periode Special, de
ideologische benoeming van deze tijd vol aanhalen van alle mogelijke
buikriemen. Maar die leek overwonnen. Er was nieuwe ruimte gekomen
voor het in gang zetten van eigen ontwikkelingen.
Leven in Trinidad
Onder
anderen was het vanaf nu mogelijk om eigen dollars te verdienen door
je huis, je casa, te verhuren aan toeristen. In zulke casas
particulares heb ik verbleven toentertijd. Bij Marta in Trinidad
bijvoorbeeld. Tandarts van beroep, weduwe van een man die werkte in
de opbouw van een strandressort bij deze plaats aan de Zuidkust, niet
ver van de vermaledijde Varkensbaai. Zij verdiende door verhuur van
haar huis wat meer dan de schamele 25 euro die ze normaal gesproken
in de hand kreeg. Zij praatte goed Engels. Ik kon met haar goed
communiceren. Een beetje vreemd voelde het alleen wel aan, als ik in
mijn eentje aan een tafel op de mooie patio mijn heerlijke door haar
toebereide maaltijden nuttigde, terwijl achter mij zij met haar zoon
zat te eten. Het was natuurlijk duidelijk dat hun eten wat beter kon
zijn, doordat ik er was.
Zo
was het ook in die tijd daarentegen zo dat iemand anders met wie ik
in een park, ook in Trinidad, aan de praat raakte in mijn moeizame
Spaans, duidelijk echt arm was en nauwelijks wat te makken had.
Mercedes nodigde me uit om haar chiquitita (heel kleine) huis aan de
rand van dit stadje te komen bekijken. Ze woonde er overigens
prachtig. Uitzicht op de bergen om Trinidad heen. Ze stuurde
dochtertje Maria erop uit om koffie te halen bij een nicht. Die kwam
terug met één kopje poederkoffie. Nee, Mercedes hoefde niet. 'Eigen
bedankt', moesten wij als kinderen vroeger thuis zeggen, als er in de
toenmalige arme pastorie mensen op bezoek waren. Zo ging dat hier.
Een huisje, wel heel schoon, maar met een paar stoelen en een
tafeltje. Verder hooguit een tv, dat dan weer wel, en een douche.
Verder zo ongeveer niets. Of ik het mooi vond. 'Je woont hier
schitterend, Mercedes', liet ik maar in het midden.
Volksraadpleging
Het
perspectief van het mogelijke verdwijnen van de onmenselijke boycot
door de VS moet een enorme opluchting te weeg brengen. Eindelijk vrij
om hun eigen gang te gaan. Een gang die sinds de Volksraadpleging van
2007 een gang is waarbij ook zélf al bewust voor een eigen
ontwikkeling van socialisme wordt gekozen. Niet langer ingegeven door
het stalinisme van de Sowjet-Unie. Met een groep Vlaamse en
Nederlandse mensen was ik in herfst 2007 in Cuba. Er was nog
duidelijk te merken dat die brede Volksraadpleging geweest was in de
verhalen van de mensen die ik toen ontmoette op het Centrum Maarten
Luther King in Havana (huis van de Cubaanse Raad van Kerken) en het
Protestantse Seminarie in Matanzas, 150 kilometer verderop langs de
Noordkust.
Mensen
van het centrum helpen, onder leiding van ds. Raul Suarez, mensen om
hen heen om hun huizen te verbouwen. In samenwerking met de staat
vinden hier particuliere initiatieven plaats. We bezoeken een vrouw
die nu in een goed tegen regen geïsoleerd huis woont met haar kind.
We bezoeken een huis waar een verdieping op wordt gezet, omdat ze met
teveel wonen. Zo komt er meer leefruimte voor allen.
Van een
functionaris voor kerkelijke zaken horen we dat de partij in het
begin van de revolutietijd een verkeerde inschatting maakt. Ze
meenden dat kerken en gelovigen wel tegen de revolutie zouden zijn.
Protestantse predikanten vertrokken naar Miami met het idee 'dit
waait zo over'. Katholieke parochies waren soms een nest van sabotage
geworden om tegen te gaan dat ondernemingen genationaliseerd werden.
Isidoro en de partij als zodanig vinden nu dat het fout en een onhistorische benadering was om het
wetenschappelijke atheïsme in te voeren. Steeds duidelijker werd dat
christenen, zij het vanuit hun eigen motivatie, mee gingen doen aan
de revolutie. Sinds begin negentiger jaren kunnen mensen niet alleen
in volledige vrijheid hun geloof beleven, maar ook als zodanig lid
van de partij worden. Er bleek in de praktijk minder spanning te zijn
tussen kerk en staat als tussen de kerk en zijn gelovigen die de
revolutie wilden volgen.
Geen isolement
Geen isolement
Over de heel andere opvatting en praktijk
van democratie en over hoe de uitkomsten van de Volksraadpleging van
2007 er uit zien en over hoe mensen in stad en land daar zelf ook mee
bezig zijn en waar nu economisch meer ruimte voor lijkt te komen, is een
volgend verhaal nodig. Geen ruimte voor meer kapitalisme, maar voor
meer socialisme naar eigen ideeën.
Hooguit nog één aspect wil ik hier benoemen waar in onze contreien weinig van bekend is en waar in de pers nauwelijks of niet melding van gemaakt wordt. Een ontwikkeling die de VS waarschijnlijk met lede ogen aanzien. In Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied is de een verbond aan het ontstaan tussen verschillende landen die een wat socialere koers zijn gaan varen. Een verbond waar de VS niet aan deelnemen: het ALBA (de Bolivariaanse Alliantie voor ons Amerika). Dit verbond is ontstaan uit de stevige verbindingen die er tussen het Venezuela van Chavez en Cuba ontstonden. Als grotere landen nemen verder Bolivia, Ecuador en Nicaragua deel naast een aantal eilanden in het Caraïbische gebied aan het ALBA. Allereerst onderlinge hulp op de vlakken gezondheidszorg en onderwijs, maar meer en meer ook op economisch gebied, de olie bijvoorbeeld. Intern raken de Castros en de Communistische Partij niet geïsoleerd en internationaal raakt Cuba niet geïsoleerd van de rest. Tsja, 50 jaar VS-Amerikaanse politiek van isolering en ideologische inmenging heeft dit trotse en taaie volk er niet onder gekregen.
Hooguit nog één aspect wil ik hier benoemen waar in onze contreien weinig van bekend is en waar in de pers nauwelijks of niet melding van gemaakt wordt. Een ontwikkeling die de VS waarschijnlijk met lede ogen aanzien. In Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied is de een verbond aan het ontstaan tussen verschillende landen die een wat socialere koers zijn gaan varen. Een verbond waar de VS niet aan deelnemen: het ALBA (de Bolivariaanse Alliantie voor ons Amerika). Dit verbond is ontstaan uit de stevige verbindingen die er tussen het Venezuela van Chavez en Cuba ontstonden. Als grotere landen nemen verder Bolivia, Ecuador en Nicaragua deel naast een aantal eilanden in het Caraïbische gebied aan het ALBA. Allereerst onderlinge hulp op de vlakken gezondheidszorg en onderwijs, maar meer en meer ook op economisch gebied, de olie bijvoorbeeld. Intern raken de Castros en de Communistische Partij niet geïsoleerd en internationaal raakt Cuba niet geïsoleerd van de rest. Tsja, 50 jaar VS-Amerikaanse politiek van isolering en ideologische inmenging heeft dit trotse en taaie volk er niet onder gekregen.
Han Dijk
vrijdag 5 september 2014
Schiermonnikoog verandert, maar blijft hetzelfde.
De middagbus is voorbij. Het is weer stil geworden bij Van der Werff. Hier en daar zitten mensen in hun eentje met de krant te knisperen of met zijn tweeën te fluisteren. De ballen op het groene laken tikken tegen elkaar aan. Iemand is aan het oefenen en legt de ballen weer terug op de uitgangspositie. De ober in het zwarte pak rammelt met de kopjes en rinkelt met de lepeltjes. De ouwe brompot sluipt binnen in zijn wat flodderige oberpak. Zijn haar als altijd door de war. Hij draait een zware Van Nelle. Kort groet hij, kijkend over de rand van zijn brilletje heen. Hij pakt een kopje koffie en een krant en gaat zitten, stilte om zich heen verspreidend. De bleke februarimiddag-zon verlicht een enkel aloud, met verschoten bruin kleed bedekt tafeltje bij het raam.
'Goodbye my love'
Jan Berend Bazuin is er ook niet meer
Dit schreef ik in februari 2006. De baas van Van der Werff, Jan Fischer, ook wel Jan Blauwpak genoemd, liep toen nog rond in het hotel dat hij schijnbaar voor bijna geen andere reden verliet dan om de mensen van de pier te halen, als er een boot aangekomen was. Vroeger per grote zwarte limousine, daarna lange tijd met een oude blauwe Van der Werff-bus. Fischer is er niet meer. Hij overleed zaterdag jl., 31 augustus, op 74-jarige leeftijd. Hij had sinds 1982 de tent gerund op een manier die er voor zorgde dat je kon zeggen 'Schiermonnikoog verandert, maar blijft hetzelfde'. Met pijn in het hart werden er in 1994 en 2007 uitbreidingen doorgevoerd en in de loop der tijd kwam er bij iedere kamer een badkamer. Veranderen was niet zo zijn passie. Daardoor liggen volgens mij de verschoten bruine kleedjes ook al sinds mensenheugenis op de tafeltjes in de gelagkamer, in ieder geval sinds mijn heugenis. www.hotelvanderwerff.nl
Deze zomer was ik er weer even een weekje. Het was lang geleden dat ik er voor het laatst was. Schier was voor mij een soort achtertuin in mijn leven geworden, doordat ik er jaren lang regelmatig heen ging. Alleen of met anderen, in ieder geval met verschillende vriendinnen die een rol speelden in mijn leven. Vooral vanuit Groningen kwam Schiermonnikoog van de Waddeneilanden al gauw in aanmerking als plek om eens een weekendje, ja zelfs enkel maar een dag heen te gaan. Later meestal een (mid)week. Maar regelmatig. Het werd zelfs zo, dat ik van harte welkom werd geheten door een van de obers die er al langere tijd waren, als ik pas na enige tijd weer eens kwam. 'Zo, ben je er weer?'
Deze keer wil ik dat ook uitproberen. Maar ik moet zeggen, er lopen verschillende nieuwe gezichten rond. Slechts een van de 'oude garde'. Hij herkent mij niet zo, maar ik hem wel. Typerend voor de sfeer, zoals ik die ken, komt deze man in de eetzaal in alle rust bij onze tafel staan om uitvoerig uit te leggen waar degenen zijn die wel tot de oude garde behoren en er nog zijn, maar nu niet aanwezig, zoals Durk en Minne. Verder, Fischer is nogal ziek en vertoont zich niet meer zoveel. Om hem heen rennen de jongere kelners hard om in de volle eetzaal de mensen te bedienen. Zo ken ik het. Een filmische eetzaal met diverse tafels en allerlei mogelijke scheepstaferelen aan de wand, ouderwetse metalen hotel-soepterrines op een bijzettafeltje naast waar je zit en een kelner die opschept en open staat voor een grapje of een gesprek. Allemaal in het zwart met wit overhemd. Overvloedige Hollandse 3-gangen-pot of enigszins van over de grens, maar geen zeer exotische menu's. Niet extreem duur ook. Een feest heb ik het altijd gevonden om hier te eten.
'Goodbye my love'
Tot slot in verband met Fischer nog een enkele opmerking over zijn gastvrijheid middels het extra laten rijden van gastenvervoer van en naar de Veerdam. Oorspronkelijk dus - en die heb ik lang zien rijden - een zwarte limousine. Een taxi die hij zelf bestuurde. Dat deed hij trouwens ook de bus, lang nadat die er kwam. Een ouderwetse bus, afkomstig uit Basel schijnbaar. Later zag ik vooral Durk en soms Minne, de vooraanstaande obers van de oude garde, deze bus besturen. Tien jaar reed die bus, tot oktober 2012. Op You Tube is een uiterst vermakelijke video te vinden van de laatste gang vanuit het dorp naar de Veerdam. (van der Werff-bus adieu) Alleen redde hij het kennelijk niet meer. Een truck met oplegger moest ervoor komen om hem af te voeren.
Hilarisch om te zien wat er voor nodig was om die bus op de oplegger te krijgen. De mensen die dit gebeuren begeleidden wisten duidelijk niet hoe dat moest. Uiteindelijk kwam er zelfs een vorkheftruck aan te pas om hem dusdanig op te tillen en vooruit te drukken dat het uiteindelijk paste. Weg reden truck en oplegger. Omstanders hoorde je roepen 'nou tabé dan, hé', zoals Groningers dat kunnen zeggen. Op weg naar de Veerdam en de boot op horen we als begeleiding bij het gebeuren 'Goodbye my love, goodbye. Goodbye and au revoir. As long as you remember me, I'll never be too far', de gevoelige snaar van Demis Roussos. Schitterend. Nu rijdt er een behoorlijk wat modernere bus, maar nog steeds speciaal voor gasten van het hotel.
Hilarisch om te zien wat er voor nodig was om die bus op de oplegger te krijgen. De mensen die dit gebeuren begeleidden wisten duidelijk niet hoe dat moest. Uiteindelijk kwam er zelfs een vorkheftruck aan te pas om hem dusdanig op te tillen en vooruit te drukken dat het uiteindelijk paste. Weg reden truck en oplegger. Omstanders hoorde je roepen 'nou tabé dan, hé', zoals Groningers dat kunnen zeggen. Op weg naar de Veerdam en de boot op horen we als begeleiding bij het gebeuren 'Goodbye my love, goodbye. Goodbye and au revoir. As long as you remember me, I'll never be too far', de gevoelige snaar van Demis Roussos. Schitterend. Nu rijdt er een behoorlijk wat modernere bus, maar nog steeds speciaal voor gasten van het hotel.
Jan Berend Bazuin is er ook niet meer
Zoals gezegd 'Schiermonnikoog verandert, maar blijft hetzelfde.' Als je er lang niet was, vallen dingen op die natuurlijk veranderd zijn. Er zijn nieuwe winkeltjes of een vroeger restaurant (de Sâpkum) dat winkel van sinkel geworden is.Het politiebureau heeft een nieuwe plaats gekregen verderop in dezelfde straat, de Middenstreek. Ik was hem eerst al kwijt. Hotel Van der Werff staat in het midden van het dorp op een centraal kruispunt. Op een ander iets minder centraal kruispunt, maar nog wel centraal genoeg om er regelmatig langs te komen, aan het begin van de Badweg, stond Steakrestaurant Brakzand, gerund door de andere vooraanstaande Schier-man naast Fischer, Jan Berend Bazuin.
Sabine, goede vriendin uit Zuid-Duitsland, en ik liepen eens de restaurantjes langs om te zien waar we vanavond zouden gaan eten. We kwamen er langs en het heette niet meer Brakzand, het was geen steakrestaurant meer. Reden: Jan Berend Bazuin was overleden, in oktober 2013, op 70-jarige leeftijd. Ook nog niet zo oud dus. Ooit leerde ik hem kennen na een repetitie van het op Schiermonnikoog wereldberoemde Shanty-koor. Die repetitie vond natuurlijk plaats bij van der Werff. Na afloop raakte ik met hem aan de praat, een glas bier in de hand. Ik vertelde hem dat ik al zo vaak op Schier was, maar nog nooit helemaal op de Oostpunt van het eiland, de Balg. Het eiland is zestien km. lang. Moet je dan ook weer terug, dan loop je dat stuk niet gauw. Maar dat kon niet, vond Bazuin. 'Ik kom je morgen halen met de terreinwagen en dan gaan wij daar heen'. Zo'n open type was dat dus. Wat kenden we elkaar nou? Het was een prachtige tocht over het strand en aan de Balg zag je in de verte diverse zeehonden op een zandbank spelen. Onderweg natuurlijk gesprekken. Maar ook hij is er niet meer.
Sabine, goede vriendin uit Zuid-Duitsland, en ik liepen eens de restaurantjes langs om te zien waar we vanavond zouden gaan eten. We kwamen er langs en het heette niet meer Brakzand, het was geen steakrestaurant meer. Reden: Jan Berend Bazuin was overleden, in oktober 2013, op 70-jarige leeftijd. Ook nog niet zo oud dus. Ooit leerde ik hem kennen na een repetitie van het op Schiermonnikoog wereldberoemde Shanty-koor. Die repetitie vond natuurlijk plaats bij van der Werff. Na afloop raakte ik met hem aan de praat, een glas bier in de hand. Ik vertelde hem dat ik al zo vaak op Schier was, maar nog nooit helemaal op de Oostpunt van het eiland, de Balg. Het eiland is zestien km. lang. Moet je dan ook weer terug, dan loop je dat stuk niet gauw. Maar dat kon niet, vond Bazuin. 'Ik kom je morgen halen met de terreinwagen en dan gaan wij daar heen'. Zo'n open type was dat dus. Wat kenden we elkaar nou? Het was een prachtige tocht over het strand en aan de Balg zag je in de verte diverse zeehonden op een zandbank spelen. Onderweg natuurlijk gesprekken. Maar ook hij is er niet meer.
Kom je er vaker en al gedurende langere tijd dan vallen dit soort veranderingen op, maar wat het zelfde blijft is het eiland en zijn schoonheid als zodanig. De prachtige brede, witte stranden waar je eindeloos over heen kunt lopen. De uitgebreide duingebieden met de nodige cranberry-struiken met de oranje bessen. De eindeloze fietstochten die mogelijk zijn. De uiterste rust, zodra je het dorp uit bent en nauwelijks meer een mens tegen komt, de mooie straatjes met eilanderhuisjes. Hoe het eiland verder moet zonder Fischer en Bazuin is natuurlijk een vraag, maar men zal nieuwe wegen vinden. Er zullen nieuwe prototypes van 'Schier' opstaan. Veranderingen, terwijl veel hetzelfde blijft.
Han Dijk
donderdag 26 juni 2014
Estland - mooie uithoek van Europa.
'Op zondag 15 juni om 15.30u. kom ik met de boot vanuit Zweden in Tallinn aan'. Weinig meer woorden schreef mijn goede Duitse vriendin Karen, vroegere partner-collega in de DDR, op een mailtje. 'Aha. Dan weet ik het wel'. Haar geheel eigen manier om iemand, mij, uit te nodigen me in haar gezelschap te begeven. Er gaan tijden voorbij dat we elkaar niet spreken en al helemaal niet zien, maar iedere keer blijkt opnieuw dat we belang in elkaar stellen. Zo wist ik dat ze niet zomaar naar Tallinn ging. Het had iets met haar familie, met waar ze vandaan kwam te maken, op de een of andere manier.
In de DDR-tijd was het praktisch niet mogelijk om te reizen. Dus ook niet daarheen. Tot nu toe was het er nog niet van gekomen. Ze wilde wel eens zien en voelen uit welke gebieden ze eigenlijk afkomstig is. Graag wilde ze dat met iemand die haar na staat delen. Reisje naar Estland dus. Meer precies naar Tallinn, de hoofdstad. Geen idee. Geen idee wat daar te vinden is. Niet voor mij, maar zeker ook niet voor haar. Wel apart om zo op reis te gaan. Wel een beetje voorbereiding, maar niet heel veel. Op weg met het idee: 'ik zie wel, ik loop vanzelf tegen dingen aan die me interesseren of waar je hoe dan ook niet omheen kunt'. Een week is niet veel. Met veel meer ervaringen en beelden kom ik echter thuis dan ik verwachtte.
Balten-Duitsers
Nooit van gehoord, maar daar komt zij dus uit voort. Hoezeer ze voor haar eigen gevoel vandaag Mecklenburgerin is. Voor mij allereerst een aanraking met termen uit de geschiedenis die me niet fris in de oren klinken: 'Heim ins Reich' en 'heimatvertrieben' te zijn en dondersgraag wel weer terug willen. Desnoods dwars tegen heersende gedachten in. Reactionair noemde ik dat vanuit de afstand. Dat hier familie-geschiedenissen van gewone mensen aan de orde zijn, liet ik niet tot me doordringen. Dit om te beginnen.
Dat er zoiets als Balten-Duitsers bestaan. Zoals gezegd: nooit van gehoord. Karen's familie hoorde daartoe. Het hield op in 1939. Als gevolg van het Molotow-Ribbentrop-pact tussen Hitler en Stalin. Ze moesten heim ins Reich, het gevolg aan en vanuit Duitse zijde, maar ook vanwege dreigende en vanaf 1940 feitelijke binnentocht van Russische militaire voorzieningen. Karen's vader was nog een kind. Grootvader was Luthers predikant in Tallinn en voorheen, tijdens de Russische Revolutie, in St.Petersburg. Hij was nog naar bijeenkomsten met Lenin geweest. Had echter niet het idee dat de wereld daar nou op moest zitten wachten.
Het hield dus op in 1939. Niet alleen voor haar familie. In principe alle Balten-Duitsers moesten heim ins Reich. Een 700-jarige geschiedenis van Duitse dominante invloed eindigde. Niet van Duitsland als staat, maar van Duitsers. In de dertiende eeuw was er de Duitse Orde die de heidense Esten kwam kerstenen. Tevens de macht kwam uitoefenen. In cultuur en economie. Is nog te zien in Tallinn. Een duidelijke bovenstad op een rots en een benedenstad eromheen. Weliswaar door de Russen in midden-veertiger jaren gebombardeerd. Helemaal in middeleeuwse stijl weer opgebouwd. Duitsers beheersten de handel en grootgrondbezit verder in het land. En de Esten? Moesten maar zien dat ze in leven bleven. Natuurlijk waren haar grootouders en ouders haar dierbaar gebleven. De onderdrukking van Esten was niet direct aan hen te wijten. Ze waren er wel mee begaan.We zagen het huis van de familie. De kerk waar hij predikant bij was, schuin tegenover. Een van de torens die de bijzondere skyline van Tallinn uitmaken. Bijzonder vanaf zee, als je aan komt varen. Bijzonder vanwege het panoramische uitzicht vanaf de bovenstad over de baai en de benedenstad. Bijzonder in de zin van feestelijk, groots.
Tallinn vandaag
Een stad dus met een duidelijk beneden- en bovendeel. Binnen de oude muren waarvan veel nog overeind staat. Een groot plein in het midden met een Raadhuis en ontelbaar vele restaurantjes met hun terrassen. Zeker in het weekeind groepen Japanners en anderen die achter iemand aanlopen met een paraplu omhoog of iets dergelijks. Afkomstig van een van de vele Cruise-schepen die Tallinn aandoen. Bij vele terrasjes jonge mensen in gekleurde kleding die je het terras op proberen te loodsen, omdat er lekker te eten zou zijn. Alleen daar. Veelal restaurantjes met Estisch, maar ook duidelijk met Russisch eten. Naast een Indisch, een Italiaans en een Thais restaurant. Dit gaat zo door tot in verschillende straatjes rondom dit plein. Eten van goede kwaliteit en niet al te duur, zoals we vaststelden. Vriendelijke bediening in het algemeen.
Kom je van het vliegveld dan rijdt de bus dwars door een economische zone van behoorlijke afmetingen en diverse zeer hoge gebouwen van allerlei soorten glanzend materiaal gebouwd. Met soms oudere bebouwing er tussendoor waar zo'n toren tegenaan is geplakt. Veel schreeuwende reclame, al op het vliegveld. Je moet daar door de hele duty-freeshop heen lopen, voordat het weer wat rustiger wordt en je weer kunt ademhalen. Dan wordt de huiskamersfeer zo ongeveer aangewend voor de wachtruimten bij de ca. 15 gates die het vliegveld kent.
Infrastructuur
Het vliegveld ligt niet zo heel ver van het oude centrum. Zoals ook de haven en het station eigenlijk zelfs op loopafstand buiten dat oude centrum gelegen zijn. Een haven voor de verschillende cruiseschepen en de schijnbaar wel 40 veerboten per dag naar Helsinki. Het Baltische Station is een betonblok met beneden een supermarkt en diverse loketten: postkantoortje, ticketbalie, grenswisselkantoor en een bagagedepot dat net opgehouden heeft te functioneren. Een drietal ticketloketten, maar een kaartje koop je in de trein. Boven staan allerlei ruimten leeg, zij het met kennelijke plannen voor een invulling. Het is het centrale station, maar er lijken enkel regionale treinen te rijden, zij het gloednieuwe treinen. Het Estse spoorwegnet is niet erg uitgebreid: 968 km, waarvan 132 km geëlectrificeerd. Je kunt twee keer per dag naar St. Petersburg en een keer naar Moskou, een nachttrein. Maar je kunt zelfs niet rechtstreeks naar Riga, de dichtstbijzijnde andere grote stad, hoofdstad van Letland. Laat staan dat je verder naar het Westen kunt. Naar Warschau bijvoorbeeld. Het spoor is nog geënt op de Sowjettijd die Estland 50 jaar meemaakte. Ook wordt gereden op het iets bredere Russische spoor. 1520 mm in plaats van het Europese 'normaal'spoor van 1435 mm. Dus vanzelfsprekend is het allemaal niet om aan het spoor te bouwen kennelijk. Een HSL-lijn naar het Westen is wel in de maak. In 2001 is het besluit tot de Rail Baltica genomen. Ondanks EU-subsidie is het plan dat de lijn er pas in 2024 zal zijn. Haast wordt er niet mee gemaakt. Dat ligt anders met de wegen.
Russische invloeden
Ongeveer 30% van de Estse bevolking is Russisch-sprekend en van Russische komaf. In de meest oostelijke, aan Rusland grenzende provincie (de stad Narva onder anderen) is het bijna 100%. Ook in Tallinn is een groot percentage Russisch-sprekenden te vinden. Op veel plekken vindt je het Russisch naast het Estisch dat samen met Fins en Hongaars tot de Finoegrische talengroep behoort. Op alle menukaarten bijvoorbeeld, in de winkels en in de uiteenlopende toeristische folders.
Naar het schijnt is niettemin het Estisch nog altijd de enige officiële taal. Sinds in begin negentiger jaren de Sowjet-Unie in elkaar klapte en de Estische Socialistische Sowjet Republiek weer Republiek Estland werd lag hier een probleem. De Esten beschouwden de aanwezige Russen als bewoners van de voormalige Sowjet-Unie en beslist niet automatisch als mensen met de Estische nationaliteit. Die kon je pas krijgen, als je Estisch kon spreken en schrijven. Het Estisch was weliswaar niet verboden in de Sowjet-tijd, maar speelde hooguit een secundaire rol. Russisch was aan de orde. Er zijn dan ook een heleboel Russisch-sprekenden zonder de Estische nationaliteit, ja zonder enige nationaliteit en dus statenloos. De versoepeling kwam later, mede onder druk van de EU, tot stand. Na 1992 in Estland geboren kinderen hebben automatisch de Estische nationaliteit. Ze worden wel geacht om Estisch te leren.
Waar komen al die Russen vandaan? Waarom zijn ze er? Feitelijk in Estland, omdat na de oorlog honderdduizenden voor de Russen wegvluchtten de wijde wereld in. Daarnaast werden er evenveel opgepakt en naar de diverse Russische werkkampen weggevoerd, waar velen niet vandaan thuis kwamen. Grote gaten ontstonden dus in de samenleving. Vandaag leven er zo'n 2 miljoen mensen in dit land. In veel gevallen kwamen Russen op vrijwillige basis naar Estland waar vaak toch wat meer te eten viel en meer verdiend kon worden. Maar er was ook sprake van de russificeringspolitiek die de Sowjet-Unie overal hanteerde om een grotere eenheid in de Unie te krijgen (vergelijk de Ukraïne).
Bezettingsmuseum
Vanaf het Raadhuisplein - daar komt alles samen - loop je langs de VVV van Tallinn verder tot een immens rond plein waar ook het afschuwelijke nationale moment van massief glas staat en gaat naar rechts over een door bomen omzoomde straat met een parkzoom tussen de rijstroken. Al gauw doemt een modern glazen gebouw op: het Bezettingsmuseum. Tussen alle afmetingen van vluchtelingen-koffers door loop je naar binnen. Een prima museum qua museum. Je krijgt een heldere indruk van wat Esten sinds de veertiger jaren van de vorige eeuw doormaakten en wat ze allemaal 'bezettingstijd' noemen. Bezetting van de Republiek Estland die sinds 1920 bestaat. Voortkomend uit de woelingen van de Russische revolutie. Maar dan vooral in de zin van het eindelijk kunnen afschudden van een lange Russisch-tsaristische overheersing, door Duitsers in de praktijk uitgevoerd. Een einde aan eeuwenlange onderdrukking van diverse zijden (ook van tijd tot tijd Denen, Zweden, Polen) en geen recht hebben op een eigen bestaan.
Als er iets is dat een rol speelde in de decennia van een hernieuwde overheersing van verschillende zijden, is het deze lijn wel die Esten zien lopen door hun geschiedenis als onafhankelijk land. Het Molotow-Ribbentroppact bracht de Russen, nu de Rode Russen, naar Estland om gebruik te maken van de kusten ter verdediging tegen een toch mogelijk geachte opmars van Duitsers. Toen die kwamen in 1941, dachten Esten over hen als bevrijders. Die zouden hen van de Russen komen bevrijden. Ze wilden hen maar al te graag daarbij helpen en boden zich aan aan Wehrmacht en Waffen-SS. Toen meer en meer duidelijk werd dat ook zij niets dan een bezetting in de zin hadden, ging er wel wat kapot in het zelfbewustzijn van dit volk. De bijna vijftig jaar deel uitmaken van de Sowjet-Unie maakte alles niet beter.
Steeds werden er op de een of andere manier pogingen gedaan vanuit een soort 'Nationaal comité Republiek-Finland' om terug te keren tot die onafhankelijkheid. Tegelijkertijd zullen er toch ook Esten geweest zijn, onder anderen verzameld in de Communistische Partij van Estland, die de vorming van de Socialistische Sowjet-Republiek Estland zagen als een goede zaak? Verschillende Russische Esten van vandaag hebben dan ook het gevoel dat hier geen sprake is van bezetting, maar van een vrijwillige stellingname. Dat is het lastige van dit op een bepaalde manier zeer eenzijdig te noemen museum. Het museum is van hen die zo denken. De officiële lijn vermoedelijk. Maar kijkt iedereen in Estland er zo tegen aan? Zijn het alleen Russische Esten die zo niet denken? Op dit type vragen geeft het museum niet alleen geen antwoord. Deze vragen worden ook niet gesteld. Wat dit museum wel duidelijk maakt is dat dit mooie land in een uithoek van Europa een ingewikkelde geschiedenis heeft.
Han Dijk.
In de DDR-tijd was het praktisch niet mogelijk om te reizen. Dus ook niet daarheen. Tot nu toe was het er nog niet van gekomen. Ze wilde wel eens zien en voelen uit welke gebieden ze eigenlijk afkomstig is. Graag wilde ze dat met iemand die haar na staat delen. Reisje naar Estland dus. Meer precies naar Tallinn, de hoofdstad. Geen idee. Geen idee wat daar te vinden is. Niet voor mij, maar zeker ook niet voor haar. Wel apart om zo op reis te gaan. Wel een beetje voorbereiding, maar niet heel veel. Op weg met het idee: 'ik zie wel, ik loop vanzelf tegen dingen aan die me interesseren of waar je hoe dan ook niet omheen kunt'. Een week is niet veel. Met veel meer ervaringen en beelden kom ik echter thuis dan ik verwachtte.
Balten-Duitsers
Nooit van gehoord, maar daar komt zij dus uit voort. Hoezeer ze voor haar eigen gevoel vandaag Mecklenburgerin is. Voor mij allereerst een aanraking met termen uit de geschiedenis die me niet fris in de oren klinken: 'Heim ins Reich' en 'heimatvertrieben' te zijn en dondersgraag wel weer terug willen. Desnoods dwars tegen heersende gedachten in. Reactionair noemde ik dat vanuit de afstand. Dat hier familie-geschiedenissen van gewone mensen aan de orde zijn, liet ik niet tot me doordringen. Dit om te beginnen.
Dat er zoiets als Balten-Duitsers bestaan. Zoals gezegd: nooit van gehoord. Karen's familie hoorde daartoe. Het hield op in 1939. Als gevolg van het Molotow-Ribbentrop-pact tussen Hitler en Stalin. Ze moesten heim ins Reich, het gevolg aan en vanuit Duitse zijde, maar ook vanwege dreigende en vanaf 1940 feitelijke binnentocht van Russische militaire voorzieningen. Karen's vader was nog een kind. Grootvader was Luthers predikant in Tallinn en voorheen, tijdens de Russische Revolutie, in St.Petersburg. Hij was nog naar bijeenkomsten met Lenin geweest. Had echter niet het idee dat de wereld daar nou op moest zitten wachten.
Het hield dus op in 1939. Niet alleen voor haar familie. In principe alle Balten-Duitsers moesten heim ins Reich. Een 700-jarige geschiedenis van Duitse dominante invloed eindigde. Niet van Duitsland als staat, maar van Duitsers. In de dertiende eeuw was er de Duitse Orde die de heidense Esten kwam kerstenen. Tevens de macht kwam uitoefenen. In cultuur en economie. Is nog te zien in Tallinn. Een duidelijke bovenstad op een rots en een benedenstad eromheen. Weliswaar door de Russen in midden-veertiger jaren gebombardeerd. Helemaal in middeleeuwse stijl weer opgebouwd. Duitsers beheersten de handel en grootgrondbezit verder in het land. En de Esten? Moesten maar zien dat ze in leven bleven. Natuurlijk waren haar grootouders en ouders haar dierbaar gebleven. De onderdrukking van Esten was niet direct aan hen te wijten. Ze waren er wel mee begaan.We zagen het huis van de familie. De kerk waar hij predikant bij was, schuin tegenover. Een van de torens die de bijzondere skyline van Tallinn uitmaken. Bijzonder vanaf zee, als je aan komt varen. Bijzonder vanwege het panoramische uitzicht vanaf de bovenstad over de baai en de benedenstad. Bijzonder in de zin van feestelijk, groots.
Tallinn vandaag
Een stad dus met een duidelijk beneden- en bovendeel. Binnen de oude muren waarvan veel nog overeind staat. Een groot plein in het midden met een Raadhuis en ontelbaar vele restaurantjes met hun terrassen. Zeker in het weekeind groepen Japanners en anderen die achter iemand aanlopen met een paraplu omhoog of iets dergelijks. Afkomstig van een van de vele Cruise-schepen die Tallinn aandoen. Bij vele terrasjes jonge mensen in gekleurde kleding die je het terras op proberen te loodsen, omdat er lekker te eten zou zijn. Alleen daar. Veelal restaurantjes met Estisch, maar ook duidelijk met Russisch eten. Naast een Indisch, een Italiaans en een Thais restaurant. Dit gaat zo door tot in verschillende straatjes rondom dit plein. Eten van goede kwaliteit en niet al te duur, zoals we vaststelden. Vriendelijke bediening in het algemeen.
Kom je van het vliegveld dan rijdt de bus dwars door een economische zone van behoorlijke afmetingen en diverse zeer hoge gebouwen van allerlei soorten glanzend materiaal gebouwd. Met soms oudere bebouwing er tussendoor waar zo'n toren tegenaan is geplakt. Veel schreeuwende reclame, al op het vliegveld. Je moet daar door de hele duty-freeshop heen lopen, voordat het weer wat rustiger wordt en je weer kunt ademhalen. Dan wordt de huiskamersfeer zo ongeveer aangewend voor de wachtruimten bij de ca. 15 gates die het vliegveld kent.
Infrastructuur
Het vliegveld ligt niet zo heel ver van het oude centrum. Zoals ook de haven en het station eigenlijk zelfs op loopafstand buiten dat oude centrum gelegen zijn. Een haven voor de verschillende cruiseschepen en de schijnbaar wel 40 veerboten per dag naar Helsinki. Het Baltische Station is een betonblok met beneden een supermarkt en diverse loketten: postkantoortje, ticketbalie, grenswisselkantoor en een bagagedepot dat net opgehouden heeft te functioneren. Een drietal ticketloketten, maar een kaartje koop je in de trein. Boven staan allerlei ruimten leeg, zij het met kennelijke plannen voor een invulling. Het is het centrale station, maar er lijken enkel regionale treinen te rijden, zij het gloednieuwe treinen. Het Estse spoorwegnet is niet erg uitgebreid: 968 km, waarvan 132 km geëlectrificeerd. Je kunt twee keer per dag naar St. Petersburg en een keer naar Moskou, een nachttrein. Maar je kunt zelfs niet rechtstreeks naar Riga, de dichtstbijzijnde andere grote stad, hoofdstad van Letland. Laat staan dat je verder naar het Westen kunt. Naar Warschau bijvoorbeeld. Het spoor is nog geënt op de Sowjettijd die Estland 50 jaar meemaakte. Ook wordt gereden op het iets bredere Russische spoor. 1520 mm in plaats van het Europese 'normaal'spoor van 1435 mm. Dus vanzelfsprekend is het allemaal niet om aan het spoor te bouwen kennelijk. Een HSL-lijn naar het Westen is wel in de maak. In 2001 is het besluit tot de Rail Baltica genomen. Ondanks EU-subsidie is het plan dat de lijn er pas in 2024 zal zijn. Haast wordt er niet mee gemaakt. Dat ligt anders met de wegen.
Russische invloeden
Ongeveer 30% van de Estse bevolking is Russisch-sprekend en van Russische komaf. In de meest oostelijke, aan Rusland grenzende provincie (de stad Narva onder anderen) is het bijna 100%. Ook in Tallinn is een groot percentage Russisch-sprekenden te vinden. Op veel plekken vindt je het Russisch naast het Estisch dat samen met Fins en Hongaars tot de Finoegrische talengroep behoort. Op alle menukaarten bijvoorbeeld, in de winkels en in de uiteenlopende toeristische folders.
Naar het schijnt is niettemin het Estisch nog altijd de enige officiële taal. Sinds in begin negentiger jaren de Sowjet-Unie in elkaar klapte en de Estische Socialistische Sowjet Republiek weer Republiek Estland werd lag hier een probleem. De Esten beschouwden de aanwezige Russen als bewoners van de voormalige Sowjet-Unie en beslist niet automatisch als mensen met de Estische nationaliteit. Die kon je pas krijgen, als je Estisch kon spreken en schrijven. Het Estisch was weliswaar niet verboden in de Sowjet-tijd, maar speelde hooguit een secundaire rol. Russisch was aan de orde. Er zijn dan ook een heleboel Russisch-sprekenden zonder de Estische nationaliteit, ja zonder enige nationaliteit en dus statenloos. De versoepeling kwam later, mede onder druk van de EU, tot stand. Na 1992 in Estland geboren kinderen hebben automatisch de Estische nationaliteit. Ze worden wel geacht om Estisch te leren.
Waar komen al die Russen vandaan? Waarom zijn ze er? Feitelijk in Estland, omdat na de oorlog honderdduizenden voor de Russen wegvluchtten de wijde wereld in. Daarnaast werden er evenveel opgepakt en naar de diverse Russische werkkampen weggevoerd, waar velen niet vandaan thuis kwamen. Grote gaten ontstonden dus in de samenleving. Vandaag leven er zo'n 2 miljoen mensen in dit land. In veel gevallen kwamen Russen op vrijwillige basis naar Estland waar vaak toch wat meer te eten viel en meer verdiend kon worden. Maar er was ook sprake van de russificeringspolitiek die de Sowjet-Unie overal hanteerde om een grotere eenheid in de Unie te krijgen (vergelijk de Ukraïne).
Bezettingsmuseum
Vanaf het Raadhuisplein - daar komt alles samen - loop je langs de VVV van Tallinn verder tot een immens rond plein waar ook het afschuwelijke nationale moment van massief glas staat en gaat naar rechts over een door bomen omzoomde straat met een parkzoom tussen de rijstroken. Al gauw doemt een modern glazen gebouw op: het Bezettingsmuseum. Tussen alle afmetingen van vluchtelingen-koffers door loop je naar binnen. Een prima museum qua museum. Je krijgt een heldere indruk van wat Esten sinds de veertiger jaren van de vorige eeuw doormaakten en wat ze allemaal 'bezettingstijd' noemen. Bezetting van de Republiek Estland die sinds 1920 bestaat. Voortkomend uit de woelingen van de Russische revolutie. Maar dan vooral in de zin van het eindelijk kunnen afschudden van een lange Russisch-tsaristische overheersing, door Duitsers in de praktijk uitgevoerd. Een einde aan eeuwenlange onderdrukking van diverse zijden (ook van tijd tot tijd Denen, Zweden, Polen) en geen recht hebben op een eigen bestaan.
Als er iets is dat een rol speelde in de decennia van een hernieuwde overheersing van verschillende zijden, is het deze lijn wel die Esten zien lopen door hun geschiedenis als onafhankelijk land. Het Molotow-Ribbentroppact bracht de Russen, nu de Rode Russen, naar Estland om gebruik te maken van de kusten ter verdediging tegen een toch mogelijk geachte opmars van Duitsers. Toen die kwamen in 1941, dachten Esten over hen als bevrijders. Die zouden hen van de Russen komen bevrijden. Ze wilden hen maar al te graag daarbij helpen en boden zich aan aan Wehrmacht en Waffen-SS. Toen meer en meer duidelijk werd dat ook zij niets dan een bezetting in de zin hadden, ging er wel wat kapot in het zelfbewustzijn van dit volk. De bijna vijftig jaar deel uitmaken van de Sowjet-Unie maakte alles niet beter.
Steeds werden er op de een of andere manier pogingen gedaan vanuit een soort 'Nationaal comité Republiek-Finland' om terug te keren tot die onafhankelijkheid. Tegelijkertijd zullen er toch ook Esten geweest zijn, onder anderen verzameld in de Communistische Partij van Estland, die de vorming van de Socialistische Sowjet-Republiek Estland zagen als een goede zaak? Verschillende Russische Esten van vandaag hebben dan ook het gevoel dat hier geen sprake is van bezetting, maar van een vrijwillige stellingname. Dat is het lastige van dit op een bepaalde manier zeer eenzijdig te noemen museum. Het museum is van hen die zo denken. De officiële lijn vermoedelijk. Maar kijkt iedereen in Estland er zo tegen aan? Zijn het alleen Russische Esten die zo niet denken? Op dit type vragen geeft het museum niet alleen geen antwoord. Deze vragen worden ook niet gesteld. Wat dit museum wel duidelijk maakt is dat dit mooie land in een uithoek van Europa een ingewikkelde geschiedenis heeft.
Han Dijk.
zondag 16 februari 2014
Ontmoeting aan de Border-line
Deze keer een verhaal. In verschillende versies ingeleverd voor verhalenwedstrijden. 'Ontmoeting aan de Border-line' is de titel. Het gaat over de ontmoeting met iemand tijdens een groepswandelreis lang geleden. Deze ontmoeting-op-reis wordt tot een levensreis vol hernieuwde ontmoetingen na volstrekt onverwachtse als afwijzingen aanvoelende distantiëringen.
Verhaal:
I
Het klopt. Een lichtgrijze Hyundai scheurt daar bij de stoplichten de bocht om, de Bahnhofstrasse in. Ze zou omstreeks een uur vrij zijn van school en vast hier langs komen, wanneer ze direct naar huis zou gaan. Alleen zij rijdt zo. Stevig, maar zeer gedegen. Niet enkel de auto is te herkennen. Ook het briefje achter de ruitenwisser is vanaf redelijk grote afstand te zien. Alleen: zij heeft het briefje dus kennelijk niet gevonden en gelezen.
De auto rijdt even stevig voorbij, als hij de bocht om gekomen is. De autoruiten spiegelen en het is onmogelijk te zien wie achter het stuur zit. Laat staan of de bestuurder een hand opsteekt of anderzins laat merken te hebben gezien wie daar op de stoep staat.
Zal ze ergens omkeren en terug komen rijden?... Ja hoor, uit de verte weliswaar niet goed te herkennen welk merk het precies is, maar er komt een lichtgrijze auto aanrijden. De lichten knipperen. Hij draait linksaf een parkeergelegenheid op. Ze stapt uit. Gekleed in haar keurige blauwsatijnen schoolkleding. Nylons aan haar benen. Haar met de bekende fel blonde lokken omzoomd gezicht niet zozeer uitnodigend, maar wel betrokken op wat op haar af komt, ietwat gespannen misschien. Ze komt verrassend zelfverzekerd aanlopen. Haar armen uitgebreid die eindigen in een gevoelvolle omarming. De verrassing is compleet. Er is nog zoveel gevoel aanwezig. Ze is niet verdwenen.
II
Het is dertien jaar geleden. Ik ga deelnemen aan een groeps-wandeltocht met als uitgangspunt het dorp Seahouses, aan de kust van Noord-Oost Engeland, niet zover van de Scottish Borders. Dat is het grensgebied tussen Schotland en Engeland, de Border-line. Een betrekkelijk leeg landschap met veel ups and downs en van tijd tot tijd om een hoek van de weg plotseling tevoorschijn komende dorpen en stadjes. Het is een enigszins miezerige zaterdagmiddag. Om een uur of zes is afgesproken om elkaar te ontmoeten in een ruimte achter de bar van het hotel dat ons onderdak zal bieden.
Het is nog wat vroeg in de middag, als ik om Newcastle heen gereden ben met mijn rode Citroën VISA. Seahouses is niet heel ver meer. Dan nog maar wat sight-seeing bedrijven. Een vissersdorp in. Natte, glibberige straatjes, hier en daar met pleisterwerk in het asfalt. De auto ergens bij de verlaten voormalige vissershaven neergezet. Huizen even grijs en grauw als de lucht die er boven hangt. In de haven liggen enkele schepen. Verschillende al zo roestig dat je al gauw denkt: het gaat absoluut niet goed met de visserij hier. Wel typisch Engelse atmosfeer. Hier en daar een pub met een beschilderd uithangbord. De onmisbare fish and chips-tent. De buitenkant al even vettig als de binnenkant doet vermoeden. Zal het in Seahouses ook zo zijn?
Om even over zessen loop ik de ontmoetingsruimte in. Aan de late kant. Iedereen zit al. Reisbegeleider Andy, in zijn dagelijkse leven postbode en dan meestal onderweg door het Engelse land in zo'n rode bestelauto met Royal Mail erop, stelt zich voor. Van zijn broer, de reisorganisator, mag hij het eens proberen, het begeleiden van een wandelreis. Hij adviseert ons met klem om goed schoeisel te dragen. Na enkele dagen zijn het wel zijn schoenen die kapot gaan. Het haardvuur brandt. Een beetje schemerig al. Er is nog net een stoel over. Naast een vanwege haar fel blonde haar en diep-blauwe ogen in het oog vallende verschijning. De toespraak is niet echt interessant. Interessanter is wat anders, het snel op gang komende contact. Ze blijkt een vrouw uit het Oosten van Duitsland te zijn. Gepokt en gemazeld in de teloor gegane DDR. Een land waar ik veel contacten had, maar nog nooit met een SED*-lid. Zij was een SED-vrouw. Hoe verwerkt zij een en ander? Lerares Engels geworden. Lerares Russisch worden kon ze wel vergeten. Praten vanaf het begin. Diepgaande belangstelling voor de wereld in verandering. Gekleed in een zwart-fluwelen jurk die veel been bloot laat. Een zachte geur om zich heen. Ze maakt de reis met haar man, een voormalige NVA*-officier, de vader van haar kinderen. Kunnen ze wel verder samen? Het op gang komend gesprek gaat met tussenpozen door: aan tafel, onderweg, 's avonds in de pub of met zijn drieën in een gemeenschapsruimte, ondertussen genietend van de ondergaande zon. Wat een vrouw!
III
De week is afgelopen. Ik bied aan hen naar het station in Berwick-upon-Tweed te brengen. Een bijzonder Borders-stadje. De trein naar Edinburgh rijdt in een boog langs en door het stadje, over een verhoogde baan en verderop over zo'n brug met stenen bogen. We staan te wachten. en dat wil zeggen we staan in al zijn landerigheid die daar bij hoort te wachten op een afscheid. Waar zullen we het nu nog eens over hebben? Dit is het dan wel? Dan grabbelt zij, zoals vrouwen dat overal op de wereld kunnen, in haar handtas en zoekt naar iets. Een agenda komt tevoorschijn. 'Zullen we maar adressen uitwisselen? Of wil je het hier bij laten?' Ze wil niet in het niets verdwijnen. Ze wilde nog wel mee naar het Lakedistrict aan de Westkust aan de andere kant van de Borders, mijn volgende vakantiebestemming. Was dat schertsend bedoeld? De trein rijdt binnen. Ze stappen in. Het fluitsignaal klinkt.
IV
Dertien jaar verder. We hebben elkaar weer gevonden. Zij het via diverse hernieuwde ontmoetingen na een plotseling elkaar weer uit het vizier raken. Ze verhuist naar het Zwarte Woud en wordt lerares op een gymnasium in St.Georgen. Ik ben getuige van haar gang naar het sollicitatiegesprek. Ze zal in september beginnen. Het gaat heel snel allemaal. Ik zal ook komen. Op een zaterdagavond niet lang daarvoor een buitengewoon levendig en enthousiast telefoongesprek over hoe dat zal kunnen zijn. Maandag een mailtje: 'kom maar niet'. Wat nu dan weer? Opnieuw sta ik zonder adres, nu omdat ik daar moeite mee heb. Ze reageert nergens meer op. Niet telefonisch, niet per mail. Er zit niets anders op. Op een zondag stap ik in de auto en scheur non-stop naar Zuid-Duitsland. Haar school weet ik tenminste. Zal ze opnieuw verdwijnen, de border over?'
* SED - Sozialistische Einheitspartei Deuitschlands
* NVA - Nationale Volksarmee
Verhaal:
I
Het klopt. Een lichtgrijze Hyundai scheurt daar bij de stoplichten de bocht om, de Bahnhofstrasse in. Ze zou omstreeks een uur vrij zijn van school en vast hier langs komen, wanneer ze direct naar huis zou gaan. Alleen zij rijdt zo. Stevig, maar zeer gedegen. Niet enkel de auto is te herkennen. Ook het briefje achter de ruitenwisser is vanaf redelijk grote afstand te zien. Alleen: zij heeft het briefje dus kennelijk niet gevonden en gelezen.
De auto rijdt even stevig voorbij, als hij de bocht om gekomen is. De autoruiten spiegelen en het is onmogelijk te zien wie achter het stuur zit. Laat staan of de bestuurder een hand opsteekt of anderzins laat merken te hebben gezien wie daar op de stoep staat.
Zal ze ergens omkeren en terug komen rijden?... Ja hoor, uit de verte weliswaar niet goed te herkennen welk merk het precies is, maar er komt een lichtgrijze auto aanrijden. De lichten knipperen. Hij draait linksaf een parkeergelegenheid op. Ze stapt uit. Gekleed in haar keurige blauwsatijnen schoolkleding. Nylons aan haar benen. Haar met de bekende fel blonde lokken omzoomd gezicht niet zozeer uitnodigend, maar wel betrokken op wat op haar af komt, ietwat gespannen misschien. Ze komt verrassend zelfverzekerd aanlopen. Haar armen uitgebreid die eindigen in een gevoelvolle omarming. De verrassing is compleet. Er is nog zoveel gevoel aanwezig. Ze is niet verdwenen.
II
Het is dertien jaar geleden. Ik ga deelnemen aan een groeps-wandeltocht met als uitgangspunt het dorp Seahouses, aan de kust van Noord-Oost Engeland, niet zover van de Scottish Borders. Dat is het grensgebied tussen Schotland en Engeland, de Border-line. Een betrekkelijk leeg landschap met veel ups and downs en van tijd tot tijd om een hoek van de weg plotseling tevoorschijn komende dorpen en stadjes. Het is een enigszins miezerige zaterdagmiddag. Om een uur of zes is afgesproken om elkaar te ontmoeten in een ruimte achter de bar van het hotel dat ons onderdak zal bieden.
Het is nog wat vroeg in de middag, als ik om Newcastle heen gereden ben met mijn rode Citroën VISA. Seahouses is niet heel ver meer. Dan nog maar wat sight-seeing bedrijven. Een vissersdorp in. Natte, glibberige straatjes, hier en daar met pleisterwerk in het asfalt. De auto ergens bij de verlaten voormalige vissershaven neergezet. Huizen even grijs en grauw als de lucht die er boven hangt. In de haven liggen enkele schepen. Verschillende al zo roestig dat je al gauw denkt: het gaat absoluut niet goed met de visserij hier. Wel typisch Engelse atmosfeer. Hier en daar een pub met een beschilderd uithangbord. De onmisbare fish and chips-tent. De buitenkant al even vettig als de binnenkant doet vermoeden. Zal het in Seahouses ook zo zijn?
Om even over zessen loop ik de ontmoetingsruimte in. Aan de late kant. Iedereen zit al. Reisbegeleider Andy, in zijn dagelijkse leven postbode en dan meestal onderweg door het Engelse land in zo'n rode bestelauto met Royal Mail erop, stelt zich voor. Van zijn broer, de reisorganisator, mag hij het eens proberen, het begeleiden van een wandelreis. Hij adviseert ons met klem om goed schoeisel te dragen. Na enkele dagen zijn het wel zijn schoenen die kapot gaan. Het haardvuur brandt. Een beetje schemerig al. Er is nog net een stoel over. Naast een vanwege haar fel blonde haar en diep-blauwe ogen in het oog vallende verschijning. De toespraak is niet echt interessant. Interessanter is wat anders, het snel op gang komende contact. Ze blijkt een vrouw uit het Oosten van Duitsland te zijn. Gepokt en gemazeld in de teloor gegane DDR. Een land waar ik veel contacten had, maar nog nooit met een SED*-lid. Zij was een SED-vrouw. Hoe verwerkt zij een en ander? Lerares Engels geworden. Lerares Russisch worden kon ze wel vergeten. Praten vanaf het begin. Diepgaande belangstelling voor de wereld in verandering. Gekleed in een zwart-fluwelen jurk die veel been bloot laat. Een zachte geur om zich heen. Ze maakt de reis met haar man, een voormalige NVA*-officier, de vader van haar kinderen. Kunnen ze wel verder samen? Het op gang komend gesprek gaat met tussenpozen door: aan tafel, onderweg, 's avonds in de pub of met zijn drieën in een gemeenschapsruimte, ondertussen genietend van de ondergaande zon. Wat een vrouw!
III
De week is afgelopen. Ik bied aan hen naar het station in Berwick-upon-Tweed te brengen. Een bijzonder Borders-stadje. De trein naar Edinburgh rijdt in een boog langs en door het stadje, over een verhoogde baan en verderop over zo'n brug met stenen bogen. We staan te wachten. en dat wil zeggen we staan in al zijn landerigheid die daar bij hoort te wachten op een afscheid. Waar zullen we het nu nog eens over hebben? Dit is het dan wel? Dan grabbelt zij, zoals vrouwen dat overal op de wereld kunnen, in haar handtas en zoekt naar iets. Een agenda komt tevoorschijn. 'Zullen we maar adressen uitwisselen? Of wil je het hier bij laten?' Ze wil niet in het niets verdwijnen. Ze wilde nog wel mee naar het Lakedistrict aan de Westkust aan de andere kant van de Borders, mijn volgende vakantiebestemming. Was dat schertsend bedoeld? De trein rijdt binnen. Ze stappen in. Het fluitsignaal klinkt.
IV
Dertien jaar verder. We hebben elkaar weer gevonden. Zij het via diverse hernieuwde ontmoetingen na een plotseling elkaar weer uit het vizier raken. Ze verhuist naar het Zwarte Woud en wordt lerares op een gymnasium in St.Georgen. Ik ben getuige van haar gang naar het sollicitatiegesprek. Ze zal in september beginnen. Het gaat heel snel allemaal. Ik zal ook komen. Op een zaterdagavond niet lang daarvoor een buitengewoon levendig en enthousiast telefoongesprek over hoe dat zal kunnen zijn. Maandag een mailtje: 'kom maar niet'. Wat nu dan weer? Opnieuw sta ik zonder adres, nu omdat ik daar moeite mee heb. Ze reageert nergens meer op. Niet telefonisch, niet per mail. Er zit niets anders op. Op een zondag stap ik in de auto en scheur non-stop naar Zuid-Duitsland. Haar school weet ik tenminste. Zal ze opnieuw verdwijnen, de border over?'
* SED - Sozialistische Einheitspartei Deuitschlands
* NVA - Nationale Volksarmee
maandag 30 december 2013
In de geest van Mandela.
Waar was jij toen? In dit geval: wat dacht jij toen Mandela overleed? Wat kwam er in je op? Het viel me niet mee om überhaupt op gedachten te komen. Vooralsnog reageerde ik allereerst op wat we te zien kregen. Massa's hotemetoten die vanuit de hele wereld naar hem toe reisden om hem een soort van laatste eer te bewijzen. Bijna, zoals de volkeren naar de berg Sion optrokken of de wijzen uit het Oosten naar de stal in Bethlehem. Natuurlijk, hij was een groot man en verdiende de aandacht van de hele wereld. Verdienden allen die hem bezochten het ook om hem te bezoeken?
Wat doet het me?
In een reactie op een discussie in een LinkedIn-themagroepje schreef ik: 'Veel gedachten kun je aan deze grote man wijden en zijn ook tot uitdrukking gebracht. Mijn probleem: wie hem niet bevrijdden en daar zelfs geen moeite ooit voor deden roepen nu om het hardst dat hij een held van de mensheid is. Beeld dat bleef hangen: De grote Obama (hier vooral als president van de VS gezien) schudde de kleine Raul Castro de hand. Zal de grote VS nu eindelijk ophouden met de economische boycot van deze kleintjes die een veel grotere bijdrage leverden aan de bestrijding van Apartheid dan deze grote superstaat? Daar ergens begint leven in de geest van Mandela, lijkt me.'
Aan Sabine, een goede vriendin uit het Duitse Zuiden, schreef ik: 'Ik was onder de indruk. Alleen kwam tegelijkertijd ook de vraag: hoe kunnen allen die hem vroeger voor terrorist uitmaakten menen dat een held van de mensheid is heengegaan? Oké, misschien moeten we dan maar zeggen dat er nog veel goeds zal gaan gebeuren in de naaste toekomst, wanneer zulke mensen werkelijk menen wat ze zeggen: in de geest van Mandela te zullen en moeten handelen'.
Er begon pas wat in me te borrelen, toen ik op de zondag van zijn gedenken, 15 december jl., al zappend op AT5 uitkwam, midden in de speech van Conny Braam, lange tijd voorzitster van de Anti-Apartheidsbeweging Nederland (AABN). Ze hield hem in de Melkweg. Of ze ook in Schouwburg was en daar wat gezegd heeft waar op dezelfde middag de hotemetoten bijeen waren, weet ik niet. Ze sprak recht bij mij naar binnen, toen ze zei: 'Hier zijn tenminste de mensen van de straat bij elkaar. Zij die de strijd voerden.' Braam hield een bewogen toespraak waarbij ze tevreden gromde, als er bijval te bespeuren was. Bijval bij opmerkingen in de sfeer van wat ze beleefde aan de handdruk van Obama aan Castro: 'dat kleine landje Cuba was er tenminste vanaf het begin bij in tegenstelling tot de grote VS'. Ze had geen behoefte aan aanwezigheid in Zuid Afrika bij de begrafenis van de man. Wel haalde ze op hoe ze hem leerde kennen en hoe ze überhaupt met ANC-mensen bezig was en hen 'camoufleerde' met behulp van Nederlandse theatermensen en grimeurs tijdens de Operatie Vula. Ook maakte ze duidelijk hoe Hannie Schaft voor haar een inspirerende rol speelde. Ze hoopte maar dat Nelson Mandela voor velen op de wereld een vergelijkbare rol zal kunnen spelen. Zij had een foto van Hannie in haar huis hangen en ze merkte dat verschillende ANC-ers graag een copietje van die foto meenamen voor onderweg. Zo sijpelde de indrukwekkendheid van deze man via de kieren van hoe kleine mensen hiermee bezig zijn of waren in mij binnen.
Aan de oppervlakte
Wat via de kieren binnen kwam werd de afgelopen twee weken dan toch nog heel veel. Ik begon van allerlei al lezend op te halen of voor een deel ook nieuw te zien. Verschillende aspecten van het vele waar Mandela voor stond kwamen aan de oppervlakte die de moeite van het bedenken waard zijn. Aspecten die nu juist níet door de hotemetoten van deze wereld naar voren zullen worden gebracht of hooguit af en toe in een bijzin misschien. Ik noem ze hier even en hoop er vervolgens een paar opmerkingen bij te kunnen maken zonder dat het een voldragen onderzoek behelst of behelsen kan in een blog.
De Operatie Vula oftewel een verrassend bijdrage vanuit Nederland aan de strijd van het ANC. Men wilde de in ballingschap verkerende leiding weer onder de mensen in Zuid-Afrika zelf brengen en in contact met hen de hopelijk laatste fase van de strijd ingaan. Dan is er de ook door Pik Botha erkende beslissende invloed van de Cubaanse aanwezigheid in Angola. Tenslotte - en dan hebben we het al over na de vrijlating van Mandela en de overwinning van de strijd van het ANC - de gecompliceerde situatie van de tijd van de onderhandelingen. Rabiate resten van het Apartheidsbewind die nog even een felle terreur uitoefenden om de bevolking zich met iets anders bezig te laten houden dan met pogingen om toch zoveel mogelijk uit de onderhandelingen met Mandela en Mbeki te kunnen halen. De tragiek van het behalen van een overwinning op politiek vlak: one man one vote-democratie. Maar tegelijk het doorgedrukt krijgen van een neoliberale en asociale economische ontwikkeling, alsof het daarbij slechts om een technische aangelegenheid zou gaan. In dit licht ook nog de leerschool die Mandela bij een bezoek aan het World Economic Forum in Davos (1992) onderging van nota bene de Nederlandse PvdA-minister van financiën, toentertijd Wim Kok (!), dat er economisch toch echt geen alternatief was voor een politiek van bezuinigingen in de sociale sector (oftewel in het geval van ZA het niet kunnen doorvoeren van het beoogde sociale programma) en privatisering (oftewel geen beoogde nationalisering van mijnen en banken).
Operatie Vula
Connie Braam heeft in 1992 van zich afgeschreven wat deze Operatie Vula (ook de titel van haar boek hierover; zou juist nu weer eens herdrukt moeten worden) met haar deed en met verschillende andere Nederlandse mensen en een enkel Belgisch stel. Ik heb het ooit gelezen, maar nu herlezen en gemerkt dat ik ofwel verschillende zaken vergeten was of toentertijd niet tot me heb laten doordringen. Het betrof hier een niet onbelangrijke actie. Dat realiseerde ik me toen niet goed. De ANC-leiding verkeerde in ballingschap in de buurlanden van Zuid-Afrika of in Engeland danwel zat op Robbeneiland gevangen. Hier is alleen al veel over te zeggen wat ik hier niet doe. Maar Braam is benaderd om mensen te zoeken die zouden kunnen zorgen voor de volgende zaken: dubbele of drie-dubbele vermommingen voor ANC-leiders, mensen die in Zuid-Afrika safe-houses zouden kunnen oprichten waar ze zich indien nodig zouden kunnen schuil houden, het ontwikkelen van een communicatiesysteem dat eenvoudiger was en directer zou kunnen werken zonder inbraken van de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdienst met daaraan gekoppeld het opzetten van koeriersdiensten via stewardessen om discettes te kunnen overbrengen. Het huis van Connie Braam moet in deze periode, de tachtiger jaren tot in de periode na de vrijlating van Mandela, in feite een ANC-centrum geweest zijn. Veelbewogen zijn de verhalen in dit boek over wat diverse betrokkenen zo al te verduren kregen in deze actie. Zichtbaar wordt ook - en dat was ik onder anderen vergeten - dat de vrijlating van Mandela en het op gang komen van onderhandelingen niet betekende dat de Apartheidsterreur ophield. Die werd juist heftiger en de voortgaande actie dus nog meer levensgevaarlijk. Ik bedacht ineens dat ik in het Groninger Dagblad ooit een column schreef over de moord op Chris Hani in april 1994. Hij was een populaire communistische ANC-leider van de gewapende tak. Ik schreef toen: 'Iemand die belangrijk was in de ogen en harten van miljoenen Zuid-Afrikanen, vooral van jongeren uit Soweto, wordt eenvoudigweg neergeknald.' Ik vroeg me toen af: 'Hoe zullen velen vandaag Pasen vieren? Wat voor preken zullen er gehouden worden en welke gebeden zullen er klinken?'
De Cubaanse inbreng in Angola
In de zeventiger jaren zijn de Cubanen het Angola van de MPLA te hulp geschoten met grote hoeveelheden troepen, artsen en leraren. In totaal zijn er van 1975 tot 1991 zo'n 400.000 geweest met 2.600 doden. Zij schoten de MPLA, de zittende officiele regering van Angola, te hulp tegen ondermijnende zogenaamde bevrijdingsbewegingen als de UNITA die door de CIA en de Zuidafrikaanse geheime dienst in het leven was geroepen. In 1988 was er een regelrechte inval van Zuid-Afrikaanse troepen in Angola die tot staan werd gebracht bij Cuito Cuanavale. Verschillenden hebben daarna gezegd dat dit mede het begin van de afbraak van het Apartheidsregime bewerkstelligd heeft. Zelfs oud-minister Pik Botha uitte zich in die richting. Hij zei in een interview in 2001: 'U moet goed begrijpen dat er 55.000 Cubaanse soldaten aan onze grens stonden'. Dat wil zeggen dat hij Namibia als Zuid-Afrika beschouwde, want dat lag er wel tussen. Overigens, als je bedenkt dat juist in die tijd dat de Sowjet-Unie in elkaar n het zakken was en Cuba zijn revolutie helemaal alleen moest zien overeind te houden, dan was dit een ook voor Cuba zeer ingrijpende daad. Mandela schreef vanuit de gevangenis toen: 'Deze slag is het keerpunt voor de bevrijding van ons continent - en van mijn volk - van het juk van de Apartheid', zo lees ik in Granma van 11 december 2013. Ook schijnt Mandela gezegd te hebben, in 1995: 'We moeten nooit dit voorbeeld van onzelfzuchtig internationalisme dat zonder parallel is vergeten'. Met gedachten hieraan is Raul Castro in Zuid Afrika geweest onlangs.
Over de uiteindelijke uitkomst en de eigenlijk tragische ontwikkeling na de deals die gesloten zijn en die voor de meeste zwarten nog weinig hebben bewerkstelligd lukt het me nu niet meer te schrijven. Ik verwijs daarvoor naar Naomi Klein, The shock doctrine waar ze schijft over hoe het Neoliberalisme in het nieuwe Zuid Afrika met behulp van de shock door de laatste felle terreur van het Apartheidsregime evenals andere factoren binnen het ANC zelf voet vatte en natuurlijk de situatie niet voor de gewone mensen verbetert. Ook wijs ik op de prima artikelen in de Groene van 12 december jl.
Een goed jaar en wérkelijk in de geest van de Mandela toegewenst,
Han Dijk
Wat doet het me?
In een reactie op een discussie in een LinkedIn-themagroepje schreef ik: 'Veel gedachten kun je aan deze grote man wijden en zijn ook tot uitdrukking gebracht. Mijn probleem: wie hem niet bevrijdden en daar zelfs geen moeite ooit voor deden roepen nu om het hardst dat hij een held van de mensheid is. Beeld dat bleef hangen: De grote Obama (hier vooral als president van de VS gezien) schudde de kleine Raul Castro de hand. Zal de grote VS nu eindelijk ophouden met de economische boycot van deze kleintjes die een veel grotere bijdrage leverden aan de bestrijding van Apartheid dan deze grote superstaat? Daar ergens begint leven in de geest van Mandela, lijkt me.'
Aan Sabine, een goede vriendin uit het Duitse Zuiden, schreef ik: 'Ik was onder de indruk. Alleen kwam tegelijkertijd ook de vraag: hoe kunnen allen die hem vroeger voor terrorist uitmaakten menen dat een held van de mensheid is heengegaan? Oké, misschien moeten we dan maar zeggen dat er nog veel goeds zal gaan gebeuren in de naaste toekomst, wanneer zulke mensen werkelijk menen wat ze zeggen: in de geest van Mandela te zullen en moeten handelen'.
Er begon pas wat in me te borrelen, toen ik op de zondag van zijn gedenken, 15 december jl., al zappend op AT5 uitkwam, midden in de speech van Conny Braam, lange tijd voorzitster van de Anti-Apartheidsbeweging Nederland (AABN). Ze hield hem in de Melkweg. Of ze ook in Schouwburg was en daar wat gezegd heeft waar op dezelfde middag de hotemetoten bijeen waren, weet ik niet. Ze sprak recht bij mij naar binnen, toen ze zei: 'Hier zijn tenminste de mensen van de straat bij elkaar. Zij die de strijd voerden.' Braam hield een bewogen toespraak waarbij ze tevreden gromde, als er bijval te bespeuren was. Bijval bij opmerkingen in de sfeer van wat ze beleefde aan de handdruk van Obama aan Castro: 'dat kleine landje Cuba was er tenminste vanaf het begin bij in tegenstelling tot de grote VS'. Ze had geen behoefte aan aanwezigheid in Zuid Afrika bij de begrafenis van de man. Wel haalde ze op hoe ze hem leerde kennen en hoe ze überhaupt met ANC-mensen bezig was en hen 'camoufleerde' met behulp van Nederlandse theatermensen en grimeurs tijdens de Operatie Vula. Ook maakte ze duidelijk hoe Hannie Schaft voor haar een inspirerende rol speelde. Ze hoopte maar dat Nelson Mandela voor velen op de wereld een vergelijkbare rol zal kunnen spelen. Zij had een foto van Hannie in haar huis hangen en ze merkte dat verschillende ANC-ers graag een copietje van die foto meenamen voor onderweg. Zo sijpelde de indrukwekkendheid van deze man via de kieren van hoe kleine mensen hiermee bezig zijn of waren in mij binnen.
Aan de oppervlakte
Wat via de kieren binnen kwam werd de afgelopen twee weken dan toch nog heel veel. Ik begon van allerlei al lezend op te halen of voor een deel ook nieuw te zien. Verschillende aspecten van het vele waar Mandela voor stond kwamen aan de oppervlakte die de moeite van het bedenken waard zijn. Aspecten die nu juist níet door de hotemetoten van deze wereld naar voren zullen worden gebracht of hooguit af en toe in een bijzin misschien. Ik noem ze hier even en hoop er vervolgens een paar opmerkingen bij te kunnen maken zonder dat het een voldragen onderzoek behelst of behelsen kan in een blog.
De Operatie Vula oftewel een verrassend bijdrage vanuit Nederland aan de strijd van het ANC. Men wilde de in ballingschap verkerende leiding weer onder de mensen in Zuid-Afrika zelf brengen en in contact met hen de hopelijk laatste fase van de strijd ingaan. Dan is er de ook door Pik Botha erkende beslissende invloed van de Cubaanse aanwezigheid in Angola. Tenslotte - en dan hebben we het al over na de vrijlating van Mandela en de overwinning van de strijd van het ANC - de gecompliceerde situatie van de tijd van de onderhandelingen. Rabiate resten van het Apartheidsbewind die nog even een felle terreur uitoefenden om de bevolking zich met iets anders bezig te laten houden dan met pogingen om toch zoveel mogelijk uit de onderhandelingen met Mandela en Mbeki te kunnen halen. De tragiek van het behalen van een overwinning op politiek vlak: one man one vote-democratie. Maar tegelijk het doorgedrukt krijgen van een neoliberale en asociale economische ontwikkeling, alsof het daarbij slechts om een technische aangelegenheid zou gaan. In dit licht ook nog de leerschool die Mandela bij een bezoek aan het World Economic Forum in Davos (1992) onderging van nota bene de Nederlandse PvdA-minister van financiën, toentertijd Wim Kok (!), dat er economisch toch echt geen alternatief was voor een politiek van bezuinigingen in de sociale sector (oftewel in het geval van ZA het niet kunnen doorvoeren van het beoogde sociale programma) en privatisering (oftewel geen beoogde nationalisering van mijnen en banken).
Operatie Vula
Connie Braam heeft in 1992 van zich afgeschreven wat deze Operatie Vula (ook de titel van haar boek hierover; zou juist nu weer eens herdrukt moeten worden) met haar deed en met verschillende andere Nederlandse mensen en een enkel Belgisch stel. Ik heb het ooit gelezen, maar nu herlezen en gemerkt dat ik ofwel verschillende zaken vergeten was of toentertijd niet tot me heb laten doordringen. Het betrof hier een niet onbelangrijke actie. Dat realiseerde ik me toen niet goed. De ANC-leiding verkeerde in ballingschap in de buurlanden van Zuid-Afrika of in Engeland danwel zat op Robbeneiland gevangen. Hier is alleen al veel over te zeggen wat ik hier niet doe. Maar Braam is benaderd om mensen te zoeken die zouden kunnen zorgen voor de volgende zaken: dubbele of drie-dubbele vermommingen voor ANC-leiders, mensen die in Zuid-Afrika safe-houses zouden kunnen oprichten waar ze zich indien nodig zouden kunnen schuil houden, het ontwikkelen van een communicatiesysteem dat eenvoudiger was en directer zou kunnen werken zonder inbraken van de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdienst met daaraan gekoppeld het opzetten van koeriersdiensten via stewardessen om discettes te kunnen overbrengen. Het huis van Connie Braam moet in deze periode, de tachtiger jaren tot in de periode na de vrijlating van Mandela, in feite een ANC-centrum geweest zijn. Veelbewogen zijn de verhalen in dit boek over wat diverse betrokkenen zo al te verduren kregen in deze actie. Zichtbaar wordt ook - en dat was ik onder anderen vergeten - dat de vrijlating van Mandela en het op gang komen van onderhandelingen niet betekende dat de Apartheidsterreur ophield. Die werd juist heftiger en de voortgaande actie dus nog meer levensgevaarlijk. Ik bedacht ineens dat ik in het Groninger Dagblad ooit een column schreef over de moord op Chris Hani in april 1994. Hij was een populaire communistische ANC-leider van de gewapende tak. Ik schreef toen: 'Iemand die belangrijk was in de ogen en harten van miljoenen Zuid-Afrikanen, vooral van jongeren uit Soweto, wordt eenvoudigweg neergeknald.' Ik vroeg me toen af: 'Hoe zullen velen vandaag Pasen vieren? Wat voor preken zullen er gehouden worden en welke gebeden zullen er klinken?'
De Cubaanse inbreng in Angola
In de zeventiger jaren zijn de Cubanen het Angola van de MPLA te hulp geschoten met grote hoeveelheden troepen, artsen en leraren. In totaal zijn er van 1975 tot 1991 zo'n 400.000 geweest met 2.600 doden. Zij schoten de MPLA, de zittende officiele regering van Angola, te hulp tegen ondermijnende zogenaamde bevrijdingsbewegingen als de UNITA die door de CIA en de Zuidafrikaanse geheime dienst in het leven was geroepen. In 1988 was er een regelrechte inval van Zuid-Afrikaanse troepen in Angola die tot staan werd gebracht bij Cuito Cuanavale. Verschillenden hebben daarna gezegd dat dit mede het begin van de afbraak van het Apartheidsregime bewerkstelligd heeft. Zelfs oud-minister Pik Botha uitte zich in die richting. Hij zei in een interview in 2001: 'U moet goed begrijpen dat er 55.000 Cubaanse soldaten aan onze grens stonden'. Dat wil zeggen dat hij Namibia als Zuid-Afrika beschouwde, want dat lag er wel tussen. Overigens, als je bedenkt dat juist in die tijd dat de Sowjet-Unie in elkaar n het zakken was en Cuba zijn revolutie helemaal alleen moest zien overeind te houden, dan was dit een ook voor Cuba zeer ingrijpende daad. Mandela schreef vanuit de gevangenis toen: 'Deze slag is het keerpunt voor de bevrijding van ons continent - en van mijn volk - van het juk van de Apartheid', zo lees ik in Granma van 11 december 2013. Ook schijnt Mandela gezegd te hebben, in 1995: 'We moeten nooit dit voorbeeld van onzelfzuchtig internationalisme dat zonder parallel is vergeten'. Met gedachten hieraan is Raul Castro in Zuid Afrika geweest onlangs.
Over de uiteindelijke uitkomst en de eigenlijk tragische ontwikkeling na de deals die gesloten zijn en die voor de meeste zwarten nog weinig hebben bewerkstelligd lukt het me nu niet meer te schrijven. Ik verwijs daarvoor naar Naomi Klein, The shock doctrine waar ze schijft over hoe het Neoliberalisme in het nieuwe Zuid Afrika met behulp van de shock door de laatste felle terreur van het Apartheidsregime evenals andere factoren binnen het ANC zelf voet vatte en natuurlijk de situatie niet voor de gewone mensen verbetert. Ook wijs ik op de prima artikelen in de Groene van 12 december jl.
Een goed jaar en wérkelijk in de geest van de Mandela toegewenst,
Han Dijk
Abonneren op:
Posts (Atom)
.jpg)