zondag 17 maart 2013

De machten aanbidden?

Van de winter heb ik in het kader van mijn betrokkenheid als predikant bij het kerk&buurtwerk van STIMULANS in Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer een Bijbels Leerhuis begeleid onder de titel 'God en de goden - een houvast? opium van het volk?' Vandaag de dag is niet altijd duidelijk wie God is en wat de (af)goden. Het was niet de bedoeling om te moraliseren en te zeggen dat mensen het verkeerd doen of zien. Wel dat we inzien dat we ook vandaag in een krachtenveld staan dat ertoe noopt om keuzes te maken. Welke weg wijst ten leven, welke ten dode? Onder de oppervlakte wat mij betreft de vraag of we voor een sociale of een liberale politiek opteren.

Betrouwbare krachten
In de uitnodigingsbrief stond:
'over wie hebben we het, als we over God praten? Wie of wat zijn de (af)goden? De begrippen God en god zijn de zelfde begrippen immers? Het begrip 'goden' is ook te vervangen door 'machten'. De vraag is dan: welke machten en krachten spelen een rol in ons leven en in de samenleving? Welke krachten zijn betrouwbaar? Waarop vertrouwen mensen? Waarop vertrouwen wij, vertrouw jij?'
In de bijbel zijn hier steeds spanningen aan de orde. We wilden kijken naar waar die spanningen over gaan in termen van vandaag. Misschien ken je de verhalen over de god Mammon (grofweg: het geld) of over steun zoeken door mensen bij het Gouden Kalf.

Er is meer aan de hand
Wat ik hier vooral van mijn onkerkelijke en wellicht humanistische, agnostische of atheïstische lezers en lezeressen vraag is het volgende: stel je voor een keer open voor inhoudelijke en achtergrondvragen ten aanzien van een religie, in dit geval het christendom. Probeer mee te kijken naar hoe in zo'n samenhang geprobeerd wordt maatschappelijke en samenlevingsvragen aan te snijden. Denk niet te gauw of blijf niet daarin steken, dat het hier om theologische muggenziifterij gaat of over het oprekken van het begrip religie (Dick Pels in 'Opium van het volk'). Er is zoveel meer aan de hand, wanneer we over religie praten dan dat we alles over één kam zouden kunnen scheren en het enkel in een hokje van achterlijkheid of voedingsbodem voor geweld zouden kunnen plaatsen.
Zelfs vraag ik je niet om neutraal mee te kijken. Kun je ook zien dat er standpunten op het religieuze veld worden ingenomen waar je je bij aan kunt sluiten of juist je tegen af kunt zetten? Het is niet koekoek-éénzang binnen religies, binnen de kerken. Je kunt religie noch in het algemeen wegschrijven of zelfs weg schelden noch als onaanraakbaar beschouwen, want we hebben respect voor mensen. Er kunnen bondgenootschappen ontstaan over grenzen van religie en levensbeschouwing heen, als ook jij het aandurft om gewoon mee te denken en te discussiëren. Laat mensen als mij niet alleen en in de kou staan of sluit ze niet op in een afgesloten 'terrein van de samenleving. Achter de voordeur bij voorkeur. Dat is enkel een versterking van de onjuiste gedachte dat religie koekoek-éénzang zou zijn. Alsof het niet gewoon dwars door de hele maatschappij en alle meningsverschillen en spanningen van ideologische aard heen zou bestaan. Naast andere wijzen van denken en leven, zoals humanisme, agnosticisme of atheïsme. Beschouw mijn bijdrage minstens als informatie die je zo anders niet zou krijgen.

Bevrijdende krachten
Het begrip God en goden krijgt misschien vooral kleur via de aanduiding machten en krachten. Dat is een meer hedendaagse aanduiding van een weliswaar lastig verschijnsel, waar echter volgens mij allen wel zo hun gedachten of vragen bij hebben. Hieronder enkele invullingen van dit begrip, zoals we dat in de bijbel kunnen vinden.

1. In de Tien Geboden komen we een eerste aanduding van het begrip goden in het Oude Testament tegen. Vanwege de fundamentele betekenis van de Tien Geboden voor een verstaan van wat in de bijbel centraal staat (het houden van de Tora) kijken we daar eerst naar. We mogen volgens die geboden van God naast hem geen andere goden dienen noch van wat ook maar in de hemel of de aarde een afbeelding maken waar we vervolgens voor knielen. Ons aan overgeven. Daardoor vereren we die afbeelding als iets dat macht krijgt over ons. Waarom mag dat niet? De Tien Geboden beginnen met de verwijzing naar God als degene die het volk Israël uit de slavernij en verdrukking in Egypte heeft bevrijd (in Marx' Opiumtekst 'zuchtende creatuur'). Andere goden dan God aanbidden wil dan zeggen dat we machten aanbidden die als zodanig niet bevrijdend zijn en die ons wegvoeren van de bevrijdende God. Hem dienen is zich die bevrijding voortdurend realiseren en in de geest van die bevrijding zelf handelen. Andere goden dienen geen bevrijding, maar onderdrukking, kun je zeggen. Op zijn minst is het de vraag in hoeverre dat zo is. Met de filosoof Immanuël Kant: 'cui bono?' Of: voor wie is het goed?

2. In Psalm 82 krijgen we te horen dat God deel uitmaakt van de Raad van Goden. Met andere woorden er wordt door de bijbel wel degelijk van uitgegaan dat er ook andere goden en machten bestaan in  deze wereld. Of er nu uitgegaan wordt van God als de Ene (Deut. 6, dé Joodse geloofsbelijdenis) of niet, doet daar niets aan af. Dat zegt hooguit dat tegenover die andere godenmachten er één volstrekt ándere macht staat: God. Door Joodse mensen voor alle zekerheid met een andere naam aangeduid, opdat we de boel niet door elkaar halen: 'De Naam' of 'de Eeuwige hij zij geprezen' of 'mijn Heer, Adonai'. God oefent in de Godenvergadering kritiek op hen uit. Door wat hij over de andere goden zegt, wordt tegelijk iets gezegd over wie Gód dan is. Samenvattend horen we hem zeggen: 'hoe lang nog oordeelt u onrechtvaardig en kiest u partij voor wie kwaad doen?'

3. In Psalm 115  krijgen we een andere dimensie van verstaan te horen. Ook deze klinkt op allerlei manieren door de hele bijbel heen. De afgoden van de 'heidenen/de volkeren' zijn 'zilver en goud, het werk van mensenhanden, zij hebben een mond, maar spreken niet...wie hen maakten, zullen worden als zij'. Wat hier meespeelt is de gedachte dat goden door mensen gemaakt worden, terwijl Gód ménsen maakt. Hij of zij schept hen naar zijn of haar beeld en gelijkenis. Dat wil zeggen: zij die op hem vertrouwen zullen ook zelf bevrijdend in het leven staan. De goden zwijgen en zijn onbeweeglijk. Je kunt hen roepen wat je maar wilt, maar antwoorden zullen ze niet.

4.  Als laatste voorbeeld een toespitsing van de verschillende benaderingen uit het Oude Testament die in het Nieuwe Testament te vinden is, in Lucas 16. Jezus vertelt een verhaal van een rentmeester die omdraait als een blad aan de boom, als blijkt dat zijn heer niet accepteert, wanneer hij woekerrentes blijft heffen van hen aan wie hij bepaalde goederen te leen gaf. Zij moeten hem boven de prijs terug betalen. Hij keert om en gaat zich als een rechtvaardig rentmeester gedragen. Dat wil zeggen volgens de insteek van de Tora, de wet van Mozes: van 'graaier' wordt hij 'kwijtschelder'. Hij gaat de onmogelijkheid begrijpen van het tegelijk Mammon (= geld, winst, marktwerking) en God dienen. Misschien wordt wel nergens zo duidelijk wat we vandaag met goden en machten te maken hebben als hier. We hebben het vaak niet door of vinden misschien dat het allemaal wel meevalt of ook we werken er bewust aan. Zodra het structureel zo is dat de armen de klos worden van de zich opstapelende bezuinigingen en privatiseringsmaatregelen, van het Neoliberalisme kortom, is er iets mis. Laten we dat zonder protest gebeuren, dan konden we we ons in feite wel eens bezig zijn over te geven aan de macht van Mammon en aanbidden we hem in feite.

'Kerk en crisis'.
Vragen naar wat de (af)goden en machten in deze wereld zijn blijkt tegelijk een vraag naar 'wie is God?' En ook: 'welke weg leidt ten leven en welke ten dode?' Een vraag dus naar het juiste handelen. God en goden leggen elkaar wederzijds uit, als elkaars tegendeel. Met tientallen artikelen valt dit verhaal verder uit te breiden. Die wil ik ook graag schrijven. In ieder geval zal dat gebeuren in het boek dat ik bezig ben te schrijven over de 'zending van de kerk in de buurt, gezien in een globaliserende samenhang' (werktitel). Ik ben beschikbaar om over 'Kerk en crisis' uiteenlopende verhalen te komen houden voor wie daar in geïnteresseerd is. In eerdere blogs heb ik daar al eens van gerept. Onlangs nog schreef ik een artikel over 'Neoliberalisme en de tijdgeest' in het PKN-kaderblad Woord en Dienst.

Han Dijk.

donderdag 14 februari 2013

Laat het van twee kanten komen.

Wil je mijn gezicht zien?
Of: hoe welkom ben ik? Met die vraag lopen heel wat mensen rond. Mensen weten het vaak niet van zichzelf. Besta ik eigenlijk wel? Willen mensen wel dat ik besta? Maar ik besta. Ik kan er voor mezelf niet omheen, ook al zeggen mensen om me heen: het bestaat niet bij ons.

Het intercultureel project 'Laat het van twee kanten komen' organiseerde een avond hierover in Geuzenveld-Slotermeer, samen met de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Aanleiding: de opening van de foto-expositie 'Visible faces' van aankomend journaliste Cigdem Yüksal. Een acht-tal prachtige grote foto's van homosexuele mensen met Turkse achtergrond die deze zomer in een boot aan de Gay-Parade deelnamen.

Avondvoorzitter Jurgen Maas, werkzaam bij de nog-IKON, vroeg aan verschillende gefotografeerden wat hun eerste zin was, toen ze tevoorschijn kwamen met hun bestaan. De fotografe kreeg zelf als eerste de gelegenheid: ' Mijn ouders weten niet dat ik hiermee bezig ben. Ze zullen er moeite mee hebben'. Zij heeft zich als hetero verbonden met de anderen wier bestaan verscholen was of nog is. Een ander antwoordde: 'Een eerste zin bedenken was niet nodig. Ze kwamen er achter dat ik met een vriendin samenwoonde. Ik moest me gelijk verdedigen'. Een derde: 'Het heeft lang geduurd, maar mijn ouders laten me nu met rust, ook al vraagt mijn moeder van tijd tot tijd of ik toch niet beter een meisje kan zoeken en gaan trouwen'.

Vanuit de zaal: 'Het mag niet van mijn religie'. Tegenargument: 'Maar hoe je het ook wendt of keert, ik ben er toch? Ik doe geen vlieg kwaad'. Na afloop zei een van de gefotografeerden: 'Fijn dat de tegenpartij er ook was'. Anderen, waaronder vooral jongeren, waren blij met het levendige gesprek. In de kring van mensen op deze avond waren ze tenminste welkom. Een vervolg is wenselijk.

Feest
Onlangs, woensdag 6 februari jl., vierden we in de buurt 10 jaar 'Laat het van twee kanten komen'. www.vantweekantenkomen.nl Nog steeds een enthousiasme teweegbrengend intercultureel en interreligieus buurtproject. Op een Nieuwjaarsreceptie van buurtopbouwwerk Stichting Buurtbelangen kwam het idee hiervoor ooit ter sprake in een gesprek tussen buurtopbouwwerker Mehmet Arslan en mijzelf. Hij had ook al een tijdje met zo iets rondgelopen. Sinds mei 1997 was er wel al een Intercultureel Netwerk. Probleem met dat Netwerk was de logheid ervan. Je kon er niet zomaar bij en zeker niet als belangstellende persoon zonder binding aan een organisatie. Het was een afgevaardigdenorganisatie. Kon dit werk niet wat losser georganiseerd worden? Zeker met basis in diverse buurtorganisaties, maar ook met de mogelijkheid van persoonlijk aanhaken. Kon dit werk niet wat meer armslag in de buurt krijgen? Uiteindelijk werd eind januari 2003 de eerste avond georganiseerd. Op de feestbijeenkomst waren zo'n veertig persoonlijk genodigden aanwezig om van hen te horen hoe het er nu voorstaat en of er uit hun midden ook zouden zijn die mee wilden helpen organiseren.

Als illustratie van een avond heb ik hier mijn Kerstblog afgedrukt. Deze kwam tot stand op het verzoek om bij te dragen aan de Kerstvoorbereiding van 2012. Het vormde een aflevering van een serie blogs die toen op de website van de Amsterdamse Protestantse Gemeente werden gepresenteerd. Het thema was voor iedereen 'Welkom'.  www.protestantsamsterdam.nl
Verder nu een tekst die ik gemaakt heb ter gelegenheid van Tien Jaar 'Laat het van twee kanten komen', over haar geschiedenis. Op dit moment ben ik een van de weinigen die vanaf het begin bij het project betrokken zijn en daar mee leiding aan geven. De huidige voorzitter, Luuk Wieringa, noemde mij in zijn feestrede 'een van de founding fathers''. Omdat dit project sterk mijn hart heeft, vervulde die aanduiding mij met een beetje trots. 'Ja, hier wil ik graag op aangesproken worden'. Met een glimlach ontving ik dit compliment.

'LAAT HET VAN TWEE KANTEN KOMEN'
Wat vooraf ging
Aan het Intercultureel Netwerk werkten diverse migrantenorganisaties en buurtinstellingen mee om elkaar over culturele grenzen heen te leren kennen en bij te dragen aan verbetering van het buurtklimaat. In formele zin ontstond het als organisatie uit een samenwerking tussen Wijkopbouworgaan Stichting Buurtbelangen (Suzanne Hazen), Welzijnsorganisatie IMPULS (Daniël Penroz) en de afdeling Communicatie van het Stadsdeel (Boris del Valle). Het formele doel was om een fundament te leggen onder een convenant met migrantenorganisaties in verband met het verkrijgen van subsidies.
Verschillende thema's werden op de Netwerkbijeenkomsten aangesneden. Veelal met een wethouder of ambtenaar erbij. Het Netwerk organiseerde interculturele festivals en cursussen over hoe bij te dragen aan het uitoefenen van politieke verantwoordelijkheid.
Als eerste fase van gericht intercultureel werk had het grote waarde. Verschillende mensen en organisaties leerden elkaar kennen via onderling gesprek en gezamenlijke activiteiten. Toch ontstond er behoefte aan een wendbaarder verband. Een personencomité in plaats van een toch wel ietwat log Netwerk op basis van afvaardigingen. Aanvakelijk waren namelijk de organiserende organisaties en migrantenzelforganisaties lid van dit Netwerk. Kerk- en buurtwerkgroep STIMULANS (buurtkerken) mocht op eigen verzoek ook lid worden.

De gebeurtenissen van 9/11
Een maand na de 11e september van 2001 en dus naar aanleiding van de aanslagen op het WTC in New York organiseerde het Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer onder leiding van Wethouder Welzijn Anton Ederveen een bijeenkomst met Turkse en Marokkaanse zelforganisaties, kerken en moskeeën. De vraag: zijn de spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen nu ook toegenomen?
Verschillenden maakten duidelijk dat het belangrijk was om vaker bij elkaar te komen voor gesprek. Dit leidde in het Intercultureel Netwerk vervolgens in Voorjaar 2002 tot het zetten van een stap verder in de organisatie en tot de wens om meer mensen in de buurt bij het gesprek te betrekken. Ederveen wenste eveneens een voortzetting van de besprekingen van kerken en moskeeën in het verlengde van de bijeenkomst in oktober 2001.
Aangezien het Intercultureel Netwerk al bezig was groepen bij elkaar te brengen is het initiatief van de Wethouder opgenomen in een interreligieuze subgroep van het uit het Netwerk voortkomende nieuwe project. Twee verbanden op intercultureel en interreligieus vlak in één Stadsdeel werden niet als zinvol ervaren.
Ondertussen waren buurtopbouwwerkers Fonsa Hoogeveen en Mehmet Arslan leidende figuren geworden in de Srichting Buurtbelangen. Zij leidden de algemene vergaderingen van het nieuwe project. Han Dijk (STIMULANS) werd voorzitter van de interreligieuze subgroep. De noodzaak om tot interculturele en interreligeuze dialoog te komen werd meer dan ooit in de jaren daarvoor gevoeld. Het bevorderen van de sociale cohesie zou wel eens preventief effect kunnen hebben, om te voorkomen dat individuen in een 'precaire' situatie terecht komen en in zijn/haar omgeving een ongewenste spanning gaan veroorzaken.

2003 en verder 
Het project 'Laat het van twee kanten komen' dat nu ontstond is gaandeweg uitgegroeid tot een stevige en enthousiaste groep mensen die regelmatig thema- en debatbijeenkomsten weet te organiseren. Met soep vooraf. Steeds rond de vijftig á zestig mensen nemen minimaal deel. De 'soep vooraf' is kenmerkend voor de bijeenkomsten. Het bevordert onderling contact tussen de bezoekers. Daarnaast zijn er Dialoogavonden. Deze zijn gericht op meer direct interpersoonlijk gesprek. Diverse keren samen georganiseerd met de Stichting AFAK (van Marokkaanse origine) en tevens enkele keren samen met Stichting Kizilirmak (van Turkse origine).
Een zich ontwikkelende loot aan dit werk is armoedebestrijding. Dit komt voort uit de gedachte dat samen een gezamenlijk buurtprobleem aanpakken een andere manier is om met elkaar in contact te zijn. Niet enkel praten, ook doen. Voor zover mogelijk samen met het Stadsdeel. Na twee Armoedeconferenties (juni 2009 en december 2010) is er een Fonds Acute Nood opgericht in nauwe samenwerking tussen STIMULANS, de Voedselbox en de Protestantse Wijkdiaconie. Andere vrijwilligersorganisaties worden nog benaderd.
Bij de Dialoogavonden en aanvankelijk ook bij de Armoedebestrijding krijgt (kreeg) het project ondersteuning van diaconaal consulenten van de stedelijke Protestantse Diaconie (resp. Joke Jongejan en Hans Krikke). Het Intercultureel Netwerk is opgeheven in maart 2004. De project-organisatiegroep is als opvolger een Interculturele Werkgroep geworden.

De zin van dit alles
Levert het nu allemaal ook wat op? Dat willen afrekenaars van vandaag in kerk en buurt nog wel eens weten. Luuk Wieringa zegt in zijn feestrede:
1. Hoe kun je zoiets meten? Wij doen waar we plezier in hebben en ontmoeten plezier bij anderen.
2. U bent hier (veertig mensen uit alle hoeken en gaten) in deze diverse samenstelling. Het lukt wel degelijk om mensen in dit Stadsdeel met elkaar in gesprek te krijgen, hoe verschillend ook, met hoeveel botsende belangen ook.
3. Het glas is halfvol en halfleeg. Halfvol: Mensen uit alle hoeken en gaten komen bij elkaar. Vrouwen spreken en mannen luisteren. Half leeg: de algehele situatie is niet echt verbeterd in de afgelopen tien jaar. Maar ligt dat aan ons? Gewoon doorgaan!

Boris del Valle leerde mij/ons scherp onderscheid te maken tussen multicultureel en intercultureel. Multicultureel IS de samenleving, een niet te veranderen feit. Inter-cultureel is iets waar je naar kunt streven: Ontmoeting tussen culturen. Die is er niet vanzelfsprekend. 

Han Dijk

















zondag 6 januari 2013

Writing is a pleasure to me.

It is a half year ago now that I wrote especially to you a blog, my friends from far away who I know from Facebook, AirBnB and LinkedIn. Friends also I know from long ago and different occasions in the course of time. Friends I love, but who mostly could not read some text from me, which is further going than the daily news, so to say. Many greetings to you.

It is the beginning of a new year also. Let me start with that fact.
I wish you all have it good next year. All of you in your own different context. In Indonesia, Brazil, South Africa and Alaska. In Russia and France, Italy and Norway, Great Britain, Ireland and Germany. Whereever. That the contexts are so differrent I realized last month in a correspondance I had with one of my South African friends. It was summer there (winter here) and she was glad that it was raining. We would love to see that it is dry and warm (not hot), when we have summer here. For us rain is a sign of a bad summer. Also of a bad winter, by the way, like we have in our region now. For her rain was welcomed, because it had been for a very long period so dry, too dry. Rain, water as a costful chrystal. In a country and part of the world, where we have far too much from water, it is also good to realize again that we in a way really might be thankful to that. And not only, because it is so nice to see, like here in Deventer. The river IJssel is very high again and has become nearly a see. People talk about it and love the sight, like they love their lively old pittoresque town, which is belonging together.
So, I wish you all have it good next year. All of you in your different context. Good with your friends and family, good in your societies. I hope that everywhere in the world we manage to connect with others of good will and find effective ways to struggle the unrighteous side of our societies. Just also, because everywhere in the world we are confronted with the same structures which make the rich even richer and the poor even poorer. I come back at this point later on in this blog, because it is a main action-theme in my life anew.

Between Christmas and now I had to try and write different texts. Not easy to find time to that now, because Christmas and Silvesterabend/NewYearsEve were in the middle of the week. This text is one of the three texts to write. The other two I will say something about. They together show important sides of my work on the moment. Also can they be seen as examples of how I can be writing at my book and at the same time I am not directly doing that.

1. Manifest-action 'for social in stead of liberal politics'. 
Summer last year me and some friends took as church-people the initiative for a Manifest with this title. The 12th of September there were elections for our national parlement. The strong flow of reactions from at least half part of the people we asked to subscribe this manifest (about 60 people) has warmed us as the ones who took the initiative. We are some few months further. There has come a strange government: Right-wing Liberals and Social-Democrats together. Allthough the Social-Democrats said they wanted to stop neoliberal measures, they are supporting them now in the government-statement. A real anti-neoliberal party, the Socialist Party, was at first very big in the polls, but fell back into their amount of seats they allready had (15 seats, that is 10%). An other strange thing with these elections.
We  plan now to open a site where people can go on uttering their views or questions about the direction that should be found for actions against Neoliberalism in general and the expressions of that ideology in concrete government-measures. We will start this new interaction with a text concerning the evaluation of this Manifest-action and what kind of followup is needed (one of the texts I shall write in these days). We are curious whether again there will be many or at least quite a few who will give their reaction. Furtheron: This interactive activity might function as a kind of collective preparation of a debate-meeting somewhere in March or April. We are organising this meeting together with an other organisation, the congregation of Huub Oosterhuis, De Nieuwe Liefde (link). Huub Oosterhuis is in many christian circles all over the world among other things well known as church-songwriter. 'We' that is the Association for Theology and Society (VTM) (link).
Important at this meeting is that we find quite known people from left-wing parties and trade-unions to join us and by that open the public to not only christian people. Important is also that we now not only analyse our society, also in its globalizing dimensions, but analyse with an eye on how effectively to fight the asocial or even anti-social sides of this ideology and practice. Maybe we can also start a view on in what perspective there are some good sides in this marketcentrism. Cooperation between left-wing parties and movements as well as trade unions can not only be a nice word for elections, but need to be based in actions at the grass roots. In many countries you see big action-movements against the crisis, like in the South of Europe. Also were there the initiatives of the movement 'Occupy'.  In different christian circles are many austerity-measures as well looked upon as not good.

2. View at the future of my congregation.
As a journalist I am writing and will write some articles in papers/magazines about the themes connecting to above mentioned ones. As a minister in my congregation in the last period I had to write a text on the future of this united protestant congregation. The concrete future, because my colleague and I myself will be still in this work for about five years. We both will arrive then at the age of a pensionado and so will leave the active work as a minister. But also more abstract a view on the future of a congregation in which many older people are still quite active and do a lot of work together. When there does not happen anyhing, the question will be also in about say five years, whether there will be still enough to do the work.
Main themes in this congregation are: being church in the neigbourhood - an open and hospitable congregation, directed upon meeting people and creating community. There is a tension in how people see these main themes. Consciously wanting to be church in the neighbourhood can be looked upon from within the church (then we look at how we can get people in into the church?) and from out of the neighourhood and the questions there (interculturality, poverty, loose communityfeeling and how they influence the way of being church). Community can be looked upon especially as directed on the congregation itself and also as contributing at community in the neighbourhood together with others. I find it important that differently oriented congregation-people find each other here and accept that both ways of looking just exist. When we accept that from each other there can grow a common feeling of motivation. We accept each other in each of our ways of looking and so there can be a common fire in the work.
Important in my view is that we choose for quality in the work, so a common drive based upon theological views and our concrete history. There is the tendense to choose for quantity. Thinking in terms of how to get more people in the church and so: how to generate more money to conserve the church. What kind of church is in that view not important. I want a church and not a group without any qualitative direction and orientation.

Finishing touch
There must be a finishing touch so steady on. I am writing a book on 'the mission of the church in the neighbourhood, seen in a globalizing context'. In these textparts you can see both dimensions of the direction I am planning to follow in my book. Writing the book is before other things reflecting about my work as a minister and together with my congregation. This reflection goes all the time again in a different way. Sometimes I must first create a practice on which I afterwards reflect. Sometimes is it the other way around: my theoretical reflections on my work and its societal context are helping me to formulate directions and concepts for my work and for the work of my congregation. Reflecting on Neoliberalism is reflecting on the globalisation of the world and reflecting on the context in which the church has to be church.
There is not always time to just write at my book as such. And sometimes are all kind of other texts in fact allready writing parts of my book. A complicated, but very interesting way of working, I feel. It is only not easy to answer questions of people on 'how is the book going?' or 'how is the writing going?' None of the texts I had or still have to write in this period f.ex. are texts which go directly in into my book. At the same time I am busy writing my book.
There are or can be also other themes I am working at. In these days and in between other things I am writing smaller stories about whatever, where I try to reflect atmospheres in daily life or about what I see, when I am travelling. Just now I started looking after publishers who might be interested to publish these stories.

Have it all good, Han



donderdag 6 december 2012

Nieuw begin en 'Einde der tijden'

Tijden van chaos en onrust, oorlogen en geruchten van oorlogen, natuurrampen en moeiten die je onderweg kunt tegenkomen...'Einde der tijden'? Op de bijbel wordt bij dit begrip een beroep gedaan. De evangelist Marcus begrijpt dit echter zo: 'Die dingen moeten gebeuren, maar daarmee is het einde niet gekomen. Dat is het begin van de geboorteweeën van toekomst'(Marcus 13: 7, 8). Een spannende gedachte in een tijd als de onze. Een radicaal positieve gedachte ook. Vrouwen kunnen zich het beeld goed voorstellen. Het is hard werken ('Labour") en je gaat door dik en dun, voordat het nieuwe leven geboren wordt. Moet het dan eerst beroerd worden, voordat het beter wordt? Moet het eerst beroeerd worden, opdat het beter wordt? Eerst nu de verwijzing naar Maecus. Daarna een korte blik op deze laatste twee vragen.

Te voorspellen?
Regelmatig worden redenen gevonden om een datum te verbinden aan de gedachte dat er een einde der tijden zou zijn. De dichtstbijzijnde datum die dan genoemd wordt is 21 december a.s. Volgens de astronomische berekeningen van de Maya's. Door sommigen wordt dat ook weer ontkend. Er zou hier van een misrekening sprake zijn door degenen die dit aanhangig maken. Wie zijn dat eigenlijk trouwens? De vorige keer dat van een datum sprake was, is 21 mei van dit jaar. Het is mij overigens ontgaan, maar ene dominee Harold Camping zou ervoor gewaarschuwd hebben. Zelfs middels reclameborden op NS-stations. Toch plekken waar ik regelmatig kom. Ze zijn me niet opgevallen. Mij interesseren dit soort vermeende voorspellingen eigenlijk helemaal niet. Waarom dan wel aandacht hiervoor?
In mijn werk als predikant - naast het journalistschap - kom ik het vaak tegen. Mensen kunnen er niet goed mee uit de voeten of geloven er regelrecht in dat er ooit sprake is van het einde der tijden. Van tijd tot tijd hebben mensen op momenten, bij aangrijpende omstandigheden, zo iets van 'zou er toch enige waarheid in zitten'? Wat is daar tegen in te brengen? Zeker mensen die er niet best voor staan in hun leven zou ik toewensen dat ze dit soort deprimerende gedachten niet tot uitgangspunt van hun denken hoeven te laten worden. Zien dat dwars door alles heen de geboorteweeën van de toekomst in feite aan de gang zijn is wel een wat opbeurender gedachte.
Natuurlijk, dit is geloofstaal en beeldtaal, als zodanig niet de werkelijkheid. Dit type beeldtaal wordt ook wel apocalyptische taal genoemd. Apocalypsis...het betekent letterlijk open-baring. Het woord wordt vaak verbonden met gruwelijke omstandigheden (vergelijk de Vietnamfilm 'Apocalypse now'). Hoezeer het als beeldtaal en geloofstaal dus niet direct de werkelijkheid is, verwijst het er wel naar. In dit geval: als poging om gruwelijke omstandigheden te kunnen plaatsen, er een omgang mee te vinden en er niet gelijk verstijfd door te raken als een konijn voor de autolampen. Ook om het gruwelijke evocatief te verwoorden, omdat er eigenlijk haast geen werkelijkheidswoorden te vinden zijn die het evocatieve van bepaalde omstandigheden zo scherp tot uitdrukking brengen, aan het licht brengen, open baren.

Joodse opstand
In de tijd dat Marcus dit verhaal op papier zette was net de Joodse Opstand van het jaar 70 van onze jaartelling achter de rug. De naweeën waren nog stevig voelbaar. Deze opstand tege het Romeinse Imperium had een heel eigen Joodse inhoud:. Het moest de invloed van de Tora, de wet van Mozes en de profeten, terug brengen binnen Israël. Het had tegelijk de spanning als ondergrond die de grote armoede van die dagen en de toename van de slavernij teweegbrachten. De Joodse historicus van die dagen, Flavius Josephus, maakt als getuige van de tijd heel duidelijk wat voor slachtingen en vernielingen er plaatsvonden.
Voor de Joden was daarbij de verwoesting van de tempel van essentiële betekenis. De tempel was het huis van God. De leerlingen van Jezus, de eerste gemeente, zat als deel van de Joodse wereld samen met hen in zak en as. Hoe moeten we verder? Wat is onze toekomst?
In deze afschuwelijke omstandigheden, zoals we ons die met een beetje historische kennis kunnen voorstellen, was er grote behoefte aan een weg vooruit, aan iemand die een weg vooruit wees. Ongetwijfeld even verrast  als wij door dit beeld van de weeën als weg van toekomst kunnen zijn, oog in oog met onze eigen benarde omstandigheden, even verrast zullen de leerlingen van Jezus over dit beeld geweest zijn en over waar het voor staat.
Jezus versterkt dit eerste beeld van de weeën nog eens door het beeld van de vijgenboom. Deze laat midden in de winter al zien dat er zomer in aantocht is: de takken lopen uit. Ook zo'n simpel, aan de dagelijkse werkelijkheid ontleend beeld. Het gaat hier echter over meer dan over de vijgenboom alszodanig. Het volk Israël, als bijbels subject, wordt in de bijbel vaker vergeleken met de vijgenboom. Die lijkt dan wel kaal, omdat ze niet steeds doet wat God van hen vraagt en wat gerechtigheid en vrede dichterbij zou brengen, bevrijding, Toch liep die uit, wat deed hopen dat het goed zou komen tussen God en zijn volk. Maar om nu het volk te herinneren aan dit beeld, nu het in de schaduw van de opstand in zak en as ter neer zit, moet wel heel verrassend en bijna onvoorstelbaar geweest zijn, niet te geloven.
Daar kom je niet op. Toch ligt hier ergens de spits van het bijzondere van dit verhaal. De boel lijkt echt aan zijn eind en dan wordt het ons gezegd: dit is het einde niet, dit zijn de weeën van nieuwe toekomst. Daar kom je niet op. Daar is heel wat kracht voor nodig om op zo'n weg van denken en handelen terecht te komen. En als je de beelddelen in het verhaal eruit licht en los van de samenhang (ook de historische samenhang) bekijkt en doet, alsof die beelden als zodanig en letterlijk werkelijkheid weergeven, kun je ook blijven steken in het letterlijke verstaan van een einde der tijden. Op een beeld als van weeën kom je los van de samenhang waar het doorheen breekt niet. Het is domweg bijna niet voorstelbaar  

Hoe Jezus' omging met catastrofes waar je doorheen moet om tot een nieuw leven te komen kan verward worden met de volgende gedachtengangen die je af en toe hoort.

1 Moet het eerst beroerd worden, voordat het beter wordt?
Het is bijna, alsof je Karl Marx hier hoort, wanneer hij stelt dat het kapitalisme zijn eigen doodgraver is. Tendens tot Verelendung (= het in ellende uitmonden) noemde hij dat. Hij bedoelde dat niet als een zekere voorspelling. Sommige marxistische stromingen hebben daar later de Verlendungs-theorie van gemaakt: laat de boel eerst maar op ellende uitlopen, dan raken we het kapitalisme vanzelf kwijt en kunnen de werkers eindelijk aan de macht komen. Zeker in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw leek deze theorie, zoals die als theorie gezien werd en dus niet als tendens, door zijn tegendeel volstrekt ontkracht te worden. Het ging de mensen enkel beter. Ook de arbeidersklasse. Misschien niet helemaal wereldwijd, maar toch. Het droeg uiteindelijk bij aan de ineenstorting van de Sowjet-Unie en van marxistisch-leninistische partijen.

2 Moet het eerst beroerd worden, opdat het beter wordt?
Een subtiel verschil ten aanzien van het direct voorafgaande. Immers 'opdat' impliceert in dit verband dat het beroerd worden van de wereldomstandigheden noodzakelijk is om het beter te laten worden. Dit is volgens de Canadese journaliste Naomi Klein in feite wat het Neoliberalisme als huidige heersende manier van economisch denken voor ogen staat. Het doorvoeren van de marktwerking op alle terreinen van leven en samenleving ziet men als alleenzaligmakend, ook al zal die pas doorgezet kunnen worden langs de weg van de zogenaamde Shock-therapie (term van Klein): 'Het Neoliberalisme heeft als de fundamentalistische gestalte van het kapitalisme altijd rampen nodig gehad om zich te kunnen doorzetten'. Je kunt met haar zeggen dat vandaag de krisis misbruikt wordt om keihard door te drukken wat in andere omstandigheden als volstrekt asociaal zou kunnen worden bestempeld en er niet door zou komen. De zogenaamde hervormingen die nodig zouden zijn behelzen immers hervormingen richting versterking van marktwerking en productdenken over de hele linie. Dat is het doel. Dat doel is goed...want de rijken worden er beter van. Zelfs is het zo, volgens Klein, dat als er geen rampen en crises zijn je ze vooral moet bewerkstelligen. Dit gebeurt ook. Al sinds Chili 1973 op de een of andere manier.

Natuurlijk is bovenstaande wel wat kort door de bocht geformuleerd hier en daar. Niet alles kan ik tegelijk uitwerken. Ook benadruk ik hier gruwelijke omstandigheden op maatscahppelijk vlak en niet uitdrukkelijk op persoonlijk vlak, hoewel het personen treft wat op maatschappelijk vlak gebeurt. Terwijl het Marcus-gedeelte zeker ook op dat puur persoonlijke vlak toe te passen valt. Je kunt om je heen net even te veel mensen, geliefden en goede bekenden zien die bijvoorbeeld aan kanker zijn gaan lijden en de dood onder ogen zien. Het is toch niet te geloven dat je het verdriet daarover en de moeiten daarbij zou kunnen zien als geboorteweeën van toekomst? Het maakt alleen maar duidelijk hoe radicaal het is wat Jezus hier aan de leerlingen voorlegt. Het gaat ook niet om gruwelijks dat nodig is om het beter te maken. Het gruwelijke is er om ons heen en het gaat erom dat je er een omgang mee vindt. Blijven hangen in 'dit zal het einde der tijden wel zijn' zonder enig perspectief op wat anders en alsof je dat aan een tijdstip kunt binden is in feite verstijfd raken, zoals konijnen verstijfd van angst kunnen raken bij schelle autolampen. Ik zeg alleen niet dat die kijk van Jezus simpel is. Die is niet te geloven en toch...
 
Han Dijk


































   




















maandag 29 oktober 2012

Een schot in de roos.

We konden niet bevroeden dat onze oproep van de zomer voor een sociale, werkelijk linkse politiek tegen het Neoliberalisme zoveel zou losmaken. Onder links-christelijke vrienden en in de volle breedte van de christelijke pers. Per ongeluk een schot in de roos. Op 28 juni, deze zomer, kwam een mailtje binnen van goede vriend Harry met de vraag of wij al wisten wat te stemmen op 12 september en of we die vraag niet zouden delen met anderen. Sterker nog: of we niet in de openbaarheid zouden treden met iets wat enkele gespreksrondes later de naam 'Manifest voor sociale in plaats van liberale politiek' zou krijgen (te vinden onder www.deontmoeting-pka.nl)  Of we geen ondersteuning zouden moeten geven aan de SP als meest duidelijk anti-neoliberale partij. 'Wij'...dat werden uiteindelijk Chris Bakker, Dick Boer, Harry Pals en ik.

Onverwachts omvangrijk debat
Niet dat er naar verhouding nu zo heel veel waren die met ons eens waren dat we in alles zeker de SP niet zouden mogen vergeten. Van de ca. 120 aangeschrevenen waren er uiteindelijk 22 die ondertekenden. Wel waren velen met de vraag bezig, zo leek het wel, wat ze nu moesten stemmen. Of ook bleken velen er behoefte aan te hebben om deel te nemen aan de discussie die onze zending teweeg bracht. Ook al kregen we van enkelen de eigenlijk wel terechte kritiek vanwege privacy op het open karakter van de zending. Het bleek echter niet meer terug te draaien. Mensen waren al begonnen 'to reply to all'. Dat bleek de andere kant te zijn: door deze open zending werden vele mensen juist gestimuleerd om het hunne bij te dragen aan de discussie. Zeker zo'n 54 mensen. Dat is bijna de helft van de aangeschrevenen. Er kon hierdoor dus iets interactiefs op gang komen. Je kreeg het gevoel dat het zelfs een troostend karakter had. Mensen die in hun eentje maar zaten te worstelen. Velen zitten zonder een dagelijks verband met anderen waarin het over dit soort zaken kan gaan. Men kreeg plotseling zo'n verband in de schoot geworpen. Aangeschrevenen vanuit mijn persoonlijke netwerk kregeneen gesloten zending , zonder de andere emailadressen dus. Zij merkten niets van de interactie als gevolg van de andere open zending.

We konden dus eind juni in de verste verte niet bevroeden dat er zoveel mensen zouden bijdragen aan de discussie. Opmerkelijk was naast de veelheid aan reacties de behoorlijke verscheidenheid. Velen namen de moeite om  hun eigen worstelingen te delen. Soms heel uitvoerig. Anderen sloten zich in een, twee zinnen aan bij een eerdere discussiant. Eveneens waren er die in een latere fase terug kwamen op hun stellingname. Ofwel om die aan te scherpen of juist om die te nuanceren. Niemand begon te schelden. Toch werden er best scherpe en duidelijke woorden geuit veelal. Er was een soort gevoel waar te nemen van 'we hebben iets met elkaar en willen dit, hoe verscheiden ook, met elkaar delen'. Heel bijzonder en enthousiasmerend. Een unieke bloemlezing van worstelingen van mensen die vroeger misschien veelal duidelijker ter linkerzijde staand wisten wat ze zouden gaan stemmen. Het boeiende van het geheel was bovendien dat wij, als initiatiefnemers, zelf ons buiten de discussie hielden. Geen beïnvloeding dus van ons tijdens het proces van interactiviteit. Onze bijdrage was hoogstens al het Manifest als zodanig. Daarmee maakten wij gesprek mogelijk. Of beter gezegd het liep vanzelf. Het blééf lopen. Verder hadden wij onze handen vol aan de actie erom heen. Wij voerden wel met elkaar de discussie met elkaar naar aanleiding van wat er binnen kwam.

Op 20 augustus deze zomer stelden we tijdens een bijeenkomst op een lommerrijk terrasje in Den Bosch vast dat we het gedeeltelijk moesten herschrijven. Misschien zouden er daardoor nog enkelen alsnog willen aansluiten. Maar we herschreven hem vooral, omdat we ons zelf in sommige reacties ook beter konden vinden dan in de eerste rondgestuurde versie. Sommige reacties of delen daarvan sloten meer aan bij wat we eigenlijk zelf voor ogen hadden. Vooral de reactie van Erica Meijers valt hier te noemen die door velen ook expliciet werd vermeld als oriëntatiepunt voor hen. Het ging ons vanaf het begin niet om een stemadvies voor de SP. Eerder om er aan mee te helpen om Linkse Samenwerking te bewerkstelligen. Dat echter niet alleen in verband met de verkiezingen en ook niet als een mooi toverwoord, maar als Actiecoalitie tegen het Neoberalisme. Daarom wel degelijk mét de SP.

Linkse samenwerking zonder SP?
Duidelijkste punt bij een 'nee' richting ondertekening was wel de plek die wij gaven aan de SP. Tegen het Neoliberalisme, voor sociale politiek, voor linkse samenwerking...ja, dat beaamden de meesten wel. Maar al te nauw en al te expliciet samenwerken met de SP? Nou nee, dat toch maar liever niet. Een waterscheiding dus kennelijk tussen SP en de rest van links. Deze aarzelende of soms regelrecht afwijzende gedachten over deze partij hadden vooral te maken met wat dan genoemd werd hun 'Europese opstelling'.
Een enkeling noemde hier ook de ervaringen met de SP uit het verleden als zodanig of hun opstelling ten opzichte van het 'gastarbeidersvraagstuk'.

Hoe stonden en staan wij dan ten opzichte van deze partij? Uiteenlopend om te beginnen. Iemand is pas geleden lid geworden. Een ander van ons was al langere tijd passief lid. Hij stelt vraagtekens bij het analytische vermogen van de SP en of ze daar wel genoeg mee werkt. Of regeringsdeelname van de SP (aanvankelijk vanwege Roemer's positie in de peilingen immers nog een actueel punt!) niet teveel zou leiden tot verwatering en daardoor tot grote desillusies bij mensen die hoop zouden krijgen dat er werkelijk eindelijk een andere kant op gekeken en gehandeld zou worden. Ook of Roemer nu wel de sterkste verwoorder van een andere politiek is en toch misschien het parlementaire werk voorop zou stellen (premier worden wellicht).
Voor mij persoonlijk speelt dat ik al jaren slechts half in GroenLinks kon staan. 'Links' in GroenLinks en actiegerichtheid ontbraken me teveel. Al vaak stemde ik SP, zeker landelijk. Voor mij was echter het laatste optreden van Femke Halsema bij Pauw en Witteman de druppel. De indruk die ze wekte een sociaal-liberale richting uit te kijken. De aanwezige medekamerleden onderstreepten dat slechts en echter duidelijk. Toen was voor mij duidelijk: als communist ben ik indertijd niet met GroenLinks meegegaan om een vorm van liberaal te worden, hoe sociaal-liberaal dan ook. De Afghanistan-lijn van GroenLinks en de erop lijkende, naar het pluche riekende opstelling mbt. het 'Gunduz'- of 'Lente'-accoord hielpen niet mee om mij binnen GroenLinks te houden.
Drie van ons zijn steeds lid van GroenLinks geweest. We kwamen in de zelfde tijd tot de zelfde conclusie: dit was het dan wel. Een van ons had nog maar kort geleden nota bene een afdeling van GroenLinks mee helpen opzetten in het stadje waar hij woont. Maar voor mij is nog steeds ook geen overstap naar actieve deelname aan de SP aan de orde. Te diep zit bij mij de oude, uit de actieve CPN-tijd voortkomende, argwaan of de SP niet teveel alles zelf en eigenlijk alleen wil doen. De houding ten opzichte van migranten vind ik tegenwoordig adequater dan vroeger, ook al komen er soms weer vragen op.

Europa
Het opmerkelijke van onze opstelling: alle vier hebben we geen enkele moeite met de 'Europese opstelling' van de SP. Die is helemaal niet tegen Europa, maar tegen een Europa van de banken (een neoliberaal Europa) en niet van de mensen. Tegen een asociaal Europa dus. Helaas is dat eerste wel de hoofdbenadering in vele partijen ofwel expliciet ofwel zonder zich daar expliciet over uit te spreken. In zijn geheel genomen voel ik bij de actieve aanwezigheid van de SP en SP-politiek iets goeds. Zij het daarnaast nog altijd iets vreemds. Niettemin en belangrijk: een redelijk stevige basis voor een consequente anti-neoliberale politiek. De enige partij die als partij vaak laat horen dat kritiek op concrete bezuinigingen en wezen kritiek op het systeem achter die bezuinigingen is. Misschien mocht dat wel meer nog en veel duidelijker. Zodanig dat mensen het ook echt gaan doorzien en zich geen knollen voor citroenen meer laten verkopen.
De anti-neoliberale move van de PvdA in de verkiezingstijd gaf plotsleing perspectief op een werkelijk linkse samenwerking en openheid naar de SP. Het bleek vooral een perspectief te zijn op een voorbijstomen van de SP. Wat dit wordt door uitgerekend nu met de VVD in zee te gaan voor een regering, zullen we nog even moeten afwachten. Ik verwacht weinig goeds. Vast vooral weer veel ideologisch mooie verhaaltjes die de mensen zand in de ogen zullen strooien. Hoe zal de anti-neoliberale stroming in die partij die er toch wel moet zijn, zich gedragen? Vindt daarover in feite al een strijd plaats binnen de Groningse PvdA? Volgens een journalist van OOG is daar strijd aan de gang tussen de grote prestigeprojecten-stroming (zoals de tram) en de sociale stroming die geld wil vrij maken en houden voor sociale projecten.

We hebben sterk het gevoel dat de anti-SP-houding onder vele discussianten vanwege hun Europese opstelling eerder een gevolg is van vasthoudend ideologisch spervuur in de media op dit vlak dat de SP tot nu toe nog niet wist te doorbreken dan iets dan in overeenstemming is met de feiten. Zo werd vroeger ook de CPN vanuit een ideologische opstelling, ook onder links, vaak buiten allerlei linkse of zich links of progressief noemende boten worden gehouden. Vanuit Christenen voor het Socialisme hebben we ooit, in de zeventiger jaren, eens middels een Verkiezingsmanifest op een vergelijkbare wijze geworven voor niet-buitensluiten van de CPN, zoals wij dat nu doen ten opzichte van de SP. Rinse Reeling Brouwer herinnerde ons hieraan. Hij vond overigens het daarom de vraag of er wel zo'n manifest als dit moest komen. Toen noemden we de strijd tegen buitensluiting van de CPN bestrijding van anti-communisme. Hoe zou je dat nu noemen?

Bizarre verkiezingsuitslag
Het voelt goed om nu eindelijk eens wat terug te kunnen zeggen en iets van de achtergronden te laten zien die bij ons in de opstelling van het Manifest een rol speelden. Ook hoe wij graag zouden reageren op alle bijdragen. Ons zwijgen tot nu toe had, zoals gezegd, vooral een practische reden en bovendien had het zin om op iedere bijdrage direct te reageren? De poging om via een Yahoo-groep het gesprek voort te zetten functioneerde in de praktijk niet.
De verkiezingen verliepen uiteindelijk bizar. De SP aanvankelijk lange tijd mijlen ver vooruit op de rest van links en de werkelijk uitdager van de voorbije macht van Rutte. Dan plotsling stoomt een PvdA vlak voor het eind deze SP voorbij, daarbij gebruik makend van de zelfde argumenten en dezelfde toon. Dan de wonderlijke conclusie na afloopdat dékiezer dus duidelijk gesproken een regering van VVD en PvdA wenst. In plaats van dat helder is dat die nu juist een socialere politiek wenste. Vanwege het meer antineoliberale gekuid van Samson gingen mensen weg bij de SP en weer terug naar de PvdA. Die socialere politiek zal met de VVD niet te maken zijn. Vandaag wordt het regeringsaccoord gepresenteerd. Ga ik nog maar niet op in. Wel een volgende keer, als we een vorm gevonden hebben voor debat over 'hoe nu verder?' na dit Manifest.
Han Dijk
































zaterdag 29 september 2012

Vijf en twintig jaar in kerk en buurt - niet voor te stellen.

Als kleine jongen, opgroeiend in een Fries dorpje tussen twee meren in, stond ik eens op de weg te tollen. Zo'n mooie gekleurde tol. Een stokje met een veter eraan vast. Het was een voorzomeravond. We hadden net gegeten. Nog even buiten spelen. Een weg met aan twee kanten sloten. Achter me een bosje. Aan de overkant van de weg het groene Friese weideland. In de verte de huisjes van een volgend dorpje. Wijde vergezichten. Het was eind vijftiger jaren van de vorige eeuw. Nog niet zo lang op de lagere school. Ik stond wel te tollen, maar mijn gedachten waren bij iets anders. Ik probeerde me voor te stellen hoe lang het zou aanvoelen, voordat het 1964 zou zijn. Dan zou ik naar de grote school. Of ik al wist dat dat het gymnasium zou zijn? Over zes jaar dus. Het was niet voor te stellen, maar het was ook voor een kereltje als ik boeiend om zo de toekomst in te kijken.

Ontdekkingen...
Binnenkort vier ik in een feestelijke kerkdienst dat ik vijf en twintig jaar predikant ben. Een vriendin van begin dertig die ik net begin te leren kennen reageerde op dit bericht 'nou dan ben je ook al lang daar mee bezig'. Ach, je begint er een keer aan. Ik was toen 34 jaar. Iets ouder dan zij nu. Het was toen niet voorstelbaar dat ik het zo lang zou volhouden. De tijd verstrijkt echter gewoon. Je doet je werk. Soms is het niet leuk en zijn er spanningen. Vaker gaat het gewoon zijn gang en is het ook leuk om te doen. Zeker als er niet teveel druk op de week staat. Als er niet zondag nog een dienst is die je moet voorbereiden en de preek die je moet maken. Wat dat betreft doet het me heel goed dat ik sinds 2005 halftime als predikant ben gaan werken. Toen het full-time was vond ik het al wel eens knap veel eigenlijk. Zeker om gemiddeld iedere week het weer op te brengen om een preek te leveren. De voorbereiding kost al gauw een hele dag. Mensen zien dat niet. Dat is de keuken. Ondertussen zijn er tegen de 600 preken de deur uit gegaan. Heel veel bijbelgedeelten zijn zo langzamerhand de revue gepasseerd. Ik heb een heleboel bijgeleerd over waar het in die bijbelverhalen eigenlijk om draait. Steeds meer ontdek ik of hoor ik in het verhaal voor de zondag waar dit betreffende thema ook elders aan de orde is.

doorgeven

Graag organiseer ik jaarlijks bijbelse leerhuizen om iets van mijn ontdekkingen te delen met andere belangstellenden. Het verschijnsel Leerhuis is me ook dierbaar geworden. Het komt uit joodse achtergrond voort en het leren of 'lernen' waar het dan om gaat is een kwestie van heen en weer tussen leerling en leraar. De leerlingen leerden mij vaak iets en omgekeerd zal dat ook gebeurd zijn. Het is me steeds duidelijker geworden dat ik zelf weliswaar veel geleerd heb van de eigen studie van de bijbel en dat deed als beroepsactiviteit, als het uitoefenen van een vak. Toch voelde ik steeds meer dat ik net als de andere leerhuis- of kerkgangers ook maar gewoon een mens ben die toevallig net even meer gelegenheid had om me erin te verdiepen dan anderen en natuurlijk een zekere voorsprong daardoor opbouwde. Maar uiteindelijk doe ik het allemaal als gewoon mens, net als de anderen. Het is ook belangrijk om als gevolg daarvan niet boven de mensen te gaan staan en het gevoel op te wekken dat ik het allemaal wel weet. Vakmatig misschien het een en ander, maar niet als gelovend mens.Tegelijk is het belangrijk dat mensen daardoor wellicht meer beseffen dat ze ook zélf een en ander in te brengen hebben als bijbellezers. Al zijn het alleen al de vragen die ze hebben.

In de buurt
Maar het ging nooit alleen over bijbel en kerkdiensten. Meer en meer heb ik mijn andere predikantswerk verstaan als betrokken op de wereld waarin wij leven en niet enkel de kerkelijke wereld daarbij in het vizier gehad. Pastoraal werk (aandacht voor individuele mensen in een of andere nood of misschien juist vreugde) en vormingswerk kon ik in Amsterdam verbinden met buurtwerk. In Hoogezand-Sappemeer, mijn eerste gemeente, lag dat allemaal nog wat gescheiden als losse aandachtspunten naast elkaar. Enerzijds veelal intern bezoekwerk en anderzijds meewerken aan verschillende groepen en de totstandkoming ervan. Meewerken aan een reeds aanwezige DDR-werkgroep (contact met een partnergemeente in de DDR; eerst Lambrechsthagen en later Stendal). Mee oprichten van een werkgroep Arme Kant van Hoogezand-Sappemeer en een commissie voor culturele activiteiten in de prachtig gerestaureerde koepelkerk van Sappemeer. Betrekkelijk los van het dagelijkse gemeentewerk, maar wel duidelijk aanwezig was ook het oecumenische contact met gereformeerden en katholieken.
Altijd zocht ik naar verbinding tussen het dagelijkse gemeentewerk en dit soort gemeentegrens-overschrijdende contacten met anderen. In Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer begon ik in januari 1994 als predikant te werken. Ik trof daar een begin van meer integratie tussen verschillende van deze typen van werk aan in de vorm van het oecumenische vormingswerk STIMULANS. Een werkgroep van de Raad van Kerken met oorspronkelijk de duidelijke onderdelen: rouwgroepenwerk; themamaanden en - avonden (actuele maatschappelijke en persoonlijke onderwerpen); bijbels leerhuiswerk en een DDR-werkgroep met een partnergemeente in Weimar. Deze meer gebundelde manier van werken trok mij indertijd naar Amsterdam. Nooit spijt van gehad.
Al weer een aantal jaren verder ondertussen heeft dit oecumenische vormingswerk een uitdrukkelijker buurtoriëntatie gekregen. Mede ook met hulp en grote inzet van kerk&buurtwerkers als Marchien Timmerman en Magda van der Wees. Met mijn uitdrukkelijke steun. Sinds deze werkers niet meer gefinancierd konden worden is aan mij het coördinatorschap toegevallen, sinds 2005. Een zwaartepunt in mijn gemeentewerk werd het. Gedurende de eerste jaren van deze eeuw is de aandacht voor mensen uit andere culturen en religies en de thematieken die dat met zich bracht meer naar voren gekomen en is een centraal thema geworden. Zie www.vantweekantenkomen.nl Naast het andere centrale thema: armoedebestrijding.

Ellips met twee brandpunten
Dat is wel het belangrijkste beeld waarin ik mijn werk ben gaan vatten. Wat ik geleerd heb dus. Kerk en buurt zijn de twee brandpunten en de samenhang ertussen is verbeeld in de ellips die die brandpunten bij elkaar houdt. Kerk-zijn kan niet zonder buurtoriëntatie (anders ben je aan het navelstaren en brandt je niet van binnen) en werken als kerk in de buurt kan niet zonder het putten van de brandstof die het lezen van de bijbel oplevert (anders kun je vervallen in puur actionisme en opbranden). Alleen zo kan ik kerk als instituut voor mezelf aannemen en daarin werken of functioneren. Een kerk waarin zo niet gewerkt wordt, zij het in aanzet, zou ik verlaten, want ik zou me er - persoonlijk gezegd - niet thuisvoelen. Wat ik hier zeg kan klinken als nieuwe dogma's, stelregels waar je je aan hebt te houden. Het zijn houvasten die mij in ieder geval een weg naar de toekomst wijzen. Dit beeld is ook verwerkt in de visietekst van STIMULANS (te vinden op www.deontmoeting-pka.nl ) Iets van organisatie heb je nodig om meer te doen dan enkel over jezelf na te denken en om systematisch iets voor een ander te kunnen doen die kwetsbaar is, mede vanwege de keiharde maatschappelijke omstandigheden. Vandaag de dag, zo sinds ik begon met werken, kun je haast wel zeggen, omstandigheden van neoliberaal kapitalisme. Afbraak van de publieke sector en de verzorgingsstaat in de richting van alles aan de markt over te laten. Een politiek beleid dat in het bijzonder kwetsbare mensen in hun existentie treft en rijken nog rijker maakt.
Dat ik dit allemaal zo kan zeggen is gevolg van ervaringen die ik opdeed en leerde in verband te brengen met wat ik ook leerde: hoe de maatschappelijke omstandigheden radicaal aan het veranderen zijn. Individuele mensen die aan mijn zorgen als predikant zijn opgedragen zijn niet los te zien van de maatschappelijke omstandigheden waarin we leven. Niet alles is daaraan op te hangen, maar veel meer wel dan men in kerken gewend is te doen. Ik ben scherper gaan zien dat kerkmensen gewoon buurtgenoten zijn, zij het christelijke buurtgenoten. Ik ben scherper gaan zien dat mijn pastorale werk (zorg voor individuele mensen in hun nood) niet los staat van een diaconale kijk op kerk-zijn (diaconaat als armoedebestrijding en als werken aan gerechtigheid en solidariteit om ons heen).
Tenslotte: Ik ben een boek aan het schrijven over 'de zending van de kerk in de buurt, in een globaliserende samenleving'. Het onderzoek en de reflectie die ik in verband daarmee pleeg, helpen me enorm om scherper in het werk te staan. Alles wat ik als predikant meemaak, alle mensen die ik in mijn werk tegenkom helpen me hierbij. Het gaat om hen en over mijzelf, voorzover ik natuurlijk behoor tot 'hen'. Ik ben ook maar een gewoon mens met behoeften en verlangens als ieder ander. Ik schrijf een boek, maar mede om dat te kunnen financieren, ben ik ook uit te nodigen voor bijeenkomsten over kerk, krisis en Neoliberalisme.



woensdag 26 september 2012

Mijn laatste daagje Italië.

Op Schiphol stap ik het plein voor het Plaza op de rillerig makende, miezerige Nederlandse wereld binnen. Ik heb erop gerekend. In Rome alvast mijn lange broek aangetrokken. Maar toch, verder enkel mijn kleurige bloes en nog mijn blote voeten in mijn sandalen. Koud! Twee hete weken Italië - Sicilië en Rome, een treinreis - worden als het ware weggevaagd met één veeg. Geen geweldig weer dus. Eén voordeel: de hitte is in één keer weg, ook al zit hij voorlopig nog in mijn lichaam. Een zekere verademing. Niet wetend dat een periode later we hier in vergelijkbare omstandigheden zullen komen te verkeren.

Cinecittá. De laatste dag in Rome. Wat zal ik nog eens doen? In de hitte is er niet veel puf om veel, om wat dan ook eigenlijk te doen. Ineens schiet het me te binnen. Ik wil altijd nog eens proberen of je van Cinecittá iets te zien kunt krijgen. Dat legendarische Italiaanse Hollywood waar mensen als Sophia Loren en Marcello Mastroianni rondliepen. Waar de beroemde filmmaker Federico Fellini zo van hield en van waaruit hij werkte, waar nog altijd een studio met zijn naam getooid heet te zijn. Iconen van heel bijzondere Italiaanse filmcultuur, waar er zo nog een paar van te bedenken zijn. Bertolucci niet te vergeten. Maar waar is dat in Godsnaam? Is het ver weg? Goed te bereiken?
Onder de grond is het koel. In het metrostation vlakbij mijn B&B-adres kijk ik op de plattegrond van de twee Metrolijnen die Rome rijk is. Het kan niet beter: dit station ligt aan de B-lijn waar ergens, een heel eind verder ook Cinecittá blijkt te liggen. De zaken gaan eens een keer heel voorspoedig. Ik zal mijn Filmstad te zien krijgen. Ik kom er boven de grond en zie het al vlakbij liggen. Hoef dus niet eens ver te lopen ook door de verzengende hitte. Maar wat zie ik al snel: Cinecittá Okkupata. Het is bezet. Er is actie. Al een maand lang blijken de werkers, de technici, de decormakers, de mensen van het licht en wellicht ook een enkele regisseur en acteur de zaak bezet te houden. Onder de bomen - het waait behoorlijk - vertoeven ze tussen tentjes, zitten ze aan lange tafels, lopen ze heen en weer, zijn ze in vergadering aan het overleggen. Vlaggen en spandoeken hangen in het rond.
'Nee tegen de speeltuin'. President Luigi Abete blijkt bedacht te hebben dat de hele boel op de schop moet en dat ze zich beter in de markt moeten plaatsen. Hij wil er een 'Theme Park World Cinecittá' van maken waar buitenlandse filmbedrijven kunnen neerstrijken met hun aanhang. Goedkope massafilms kunnen er dan gemaakt worden en de aanhang kan zich vermaken en baden in wellness-voorzieningen en attractiepark. Dat laatste samen met mensen uit Rome en omstreken die een dagje uit willen. De mensen die er nu hun brood verdienen en op hoog niveau filmtechnisch geschoold zijn vrezen hun werk te verliezen. Dat kan niet anders, zo menen ze.
Gaandeweg krijg ik door dat dit aan de hand is. Het cultuur afbrekende effect van marktdenken is natuurlijk ook hier zich aan het voltrekken in de maatschappelijke werkelijkheid van het mooie Italië. Bij ons moet 45% van het cultuuraanbod overgeleverd gaan worden aan de markt en moet maar zien hoe het overeind blijft. Goed geschoolde mensen zullen langzaam aan verdwijnen en vervangen worden natuurlijk door goedkopere krachten. Ik ben in één keer terug bij mijn studiethema van de laatste tijd, het Neoliberalisme. Ik was het even kwijt. Ik kom hier de metro nog niet uit of er staan mensen achter een standje met handtekeninglijsten. Ik vul mijn naam in. Geef journalist op als mijn functie. Gelijk komen er andere mensen op mij af die me uitvoerig komen vertellen wat hier aan de hand is. Mijn laatste daagje Italië.